h a r o h n n y

An online artificial outing of extremely unreasonable sense, so as to be foolish or (not) taken serious. Written by Bo V and Aïda G.

Categorie: 2011 – 2012

Vloeibare vragen – by Aïda G

Vooruitgang als evolutionair equivalent.

Expansie. Lovelingenintentie van de progressie.

Steeds verder drijven op de tonen van ‘t leven. Altijd weer in ongenade existeren. Schrijven zult gij. Dagen lang. Een writer’s block niet als excuus ten tonele gooien. Woorden als bloed aanschouwen en door…

Vloeibare vragen – by Aïda G

Please, please, please, let me get what I want – by Bo V

De laatste Dour- restjes uit ons lijf schuddend kunnen we absoluut niet ontkomen aan de parking’s meest zuiderse, zomerse, legendarische festiviteiten die plaatsvinden in de stad waar we allen ons eerste slokje tequila namen, leerden wat een kneukeltje betekent en als onze tweede thuis begonnen te beschouwen. Welkom op de Gentse Feesten (‘Gentsche Fieste’ voor de locals). Verwacht hier geen uitgebreide reportage over de kwaliteit van de waarschijnlijk zeer geslaagde muziek zoals het deskundige Dour- verslag. Niet dat we het muzikale gedeelte van de Gentse niet apprecieerden, het ging – grof gezegd – soms gewoon wat aan ons voorbij. Niet altijd even doelbewust, om eerlijk te zijn. 

Waar we jullie wel voor kunnen waarschuwen, is dat oude mannen op prepensioen die een een avondje zijn uitgelaten door hun tweede vrouw er geen problemen in zien een uur van je kostbare tijd af te nemen om te leuteren over stiefzonen in coma en de kwaliteiten van Termont als burgemeester. Dat gebeurt wel vaker, dat een kerel uit het niets verschijnt om mij van zijn gelijk te overtuigen dat NVA de wereld zal verbeteren. Staat er soms op mijn rug geschreven dat ik interesse heb in politieke debatten of de kwestie BHV nog eens wil herbekijken? Ik dacht het niet. De beleefdheid dwingt me te luisteren – behalve het politieke gedeelte, je m’ excuse – en alle opwindende gebeurtenissen rondom mij even aan de kant te schuiven voor een verhaal van een gebroken man. Klinkt als het begin van een goedkope doktersroman. Zeker toen hij de op dat moment spelende salsaband vergeleek met sprookjesfiguren (‘Tovenaars, het zijn allemaal tovenaars!’). Ik begin me stilaan af te vragen of hier geen paddo’s mee gemoeid zijn.

Gelukkig voor ons gemoed en ons zelfvertrouwen – oude mannen aantrekken is nu niet bepaald goed voor een 18- jarig ego –  verliet de man ons, na ons nog eens op het hart gedrukt te hebben dat we de band Liquid Sun Orchestra zeker eens moesten ‘goegelen’, waarna hij achter een pintje ging en zijn ‘genummerde plaats’ verliet. Polé Polé in real life. Waar blijven die latino’s?
Om ons jeugdig gevoel wat nieuw leven in te blazen na zoveel grijsheid leek de cocktailbar waar we reeds 10 uur voordien aan gestart waren nog steeds de interessantste hangplaats, net als Barman die ons met een iets te vette knipoog een tot het randje gevulde sangria gaf. Onze budgettaire status werd er helaas niet interessanter door. 

Met een superretro wegwerpfototoestel dansten we verder de nacht in, vergezeld van steeds zatter wordende Gentenaars en nog een aantal ‘toevallige’ passages bij de Barman. Met zo’n warm weer moet je genoeg drinken, was ons motto.

Met een lege portemonnee en een Bootman aan de hand die onze tickets voor 10 Days Off wou betalen – wat zwaaien naar toeristenbootjes al niet kan doen – waardoor we bijna alles hadden wat een Gents Feestje geslaagd maakt, kon de nacht pas echt zijn intrede doen. Net als het besef dat de komende weken niet meer dan water en droog brood zouden bieden. 

Dour met gummies, niet voor dummies – by Aïda G

Neen, niet opnieuw geleuter over al dan niet aanwezige existentiële crises noch afgietsels van wat zou moeten lijken op een tour-dagboek. Wel een moddervet festivalverhaal. Over beenspieren, gesmokkelde Fiero, oxfam-foto’s, gedeelde poncho’s en bijhorende vreugdedansjes. Dour met gummies, niet voor dummies. Alô coucou.

De zon staat hoog, de zinnigheid schijnbaar ook. La Ruda als waardige opener van een voor ons opnieuw paradoxaal onvergetelijke vier dagen durend festijn doet nog maar net zijn intrede of er wordt reeds goedkeurend geknikt naar elkaar. Dat ze spelen voor een publiek dat voor 90% bestaat uit irrelevante individuen die de situatie niet precies inschatten kunnen is de grootste desalniettemin niet te verhinderen domper. Franse ska overwint echter de nietigheid van de omstanders en zegeviert. Eddie voit rouge. 

Aanmodderen. Dan nog steeds figuurlijk is iets wat iedere Dourganger doet. Randomly jezelf en bijhorende bazaar op de grond gooien is een vast ritueel na een periode van inspanning (lees: uurtje rechtstaan voor een optreden). En na een tijd van welverdiende rust stapt een tweekoppig duo voorzien van baarden en nineties regenjasje de bühne op. The Black Box Revelation is high on a wire, obvious.

Wat vervolgens geprogrammeerd staat is een “laten-we-arrogant-kermende-teefjes-ontlopen”-actie. Selah Sue wordt in de Last Arena gepusht en we klauteren al gauw de berg op naar hogere en betere oorden. In de Dance Hall worden we voorzien van een nodige portie dansende apen. Dour, zei u? 

Caribou leidt ons naar het Dourse dal opnieuw en met de klinkerripster achter ons doen we een poging ons mentaal voor te bereiden op Franz Ferdinand. Yum. 

Een aartshertog, een dooie dan nog weet ons er van te overtuigen dat het einde der tijden – in de muziekwereld althans – alles behalve nabij is. Klassiekers als Take Me Out, Matinee en Ulysses worden ons om de oren gezwierd. De lichte sfeer van kermis. In de hemel en op aarde. Vochtigheid alom. Zelfs in barre omstandigheden zijn Dourgangers heel genietbaar.

Als natte honden worden de haardossen gedroogd en eens ietwat droger geschud begeven we ons in één stroom opnieuw hoger ten berge om Squarepusher te checken. Onbekend terrein voor mij, ik beken. Veel zinnigs er over kwijt laten? Helaas. Geheugen is broos. 

Vrijdag de dertiende wordt ingezet met een ontbijt bestaande uit wrakkig stokbrood, illusioneel uitlopende broccolisoep en rijstpap. Met dit gevarieerde assortiment aan voedingsstofjes achter de kiezen trekken we rond iets na vijven naar de weide waar The Hickey Underworld onze aandacht trekt. Bij het zien van dansende jongelingen met een gemiddelde leeftijd van twaalf worden we gewezen op onze eerste kraaienpoten en komt het ouderdomsbewustzijn langzaam op gang. We gaan er even bij zitten. Als oude knarren wensen we volledig uitgerust te zijn voor Roots Manuva. Regen en een kortstondig gebrek aan geld voor poncho’s weerhoudt ons echter van gedartel en we modderen – nu letterlijk – aan tussen boom, tent en falafels. We’re good at the Dour side of life. 

Dinosaur Jr. staat als eerste echte check-in op het programma. Van op één van de laatste rijen aanschouwen we de brilloze frontman en zijn gevolg. Er wordt een diepe zucht geslaakt. We zijn niet de enige ouder wordende organismen hier.

Sébastien Tellier leidt ons naar de Marquee. Enkele nummers en bemoederende vingerwrijfjes gepasseerd besluiten we echter opnieuw de minder bekende groepen een kans te geven. Het effect van glitter en Waalse glamour gaan teloor. Dan maar naar St. Vincent dat de laatste tonen speelt bij het arriveren in la petite maison dans le prairie. Kiezen is verliezen. Zelfs op Dour.

BATTLES. Letterlijk. Na de boswandeling tijd voor een uurtje gecultiveerde elektronica en gloss dropping (aangenaam albumpje, jawel). Tussen het ietwat apathische publiek bakenen we ons territorium af en wanen we onszelf als ware dansende diehards. Losgaan op Inchworm, Ice Cream en My Machines met Numan als vocalist van dienst. Waar ter wereld laat men nog instrumenten zegevieren zonder oorsuizingen teweeg te brengen? Bij BATTLES. Uiteraard. 

Na het moraliserende uurtje van de dag dwalen onze ogen af naar de kurkdroge hemel. Tijd voor een campingfestijn? We dachten ‘t wel! Wat begon als keuvelmoment met vijf (sangria niet bijgerekend) rond een babyblauwe parasol genaamd Geneviève eindigde in iets wat wij hier niet uit te doeken doen. Tenzij u uw identificatiebewijs met blijk van meerderjarigheid inscant en ons opstuurt. 

Op zaterdag worden we voor de tweede keer op rij gewekt door verkwikkende kreten als ‘DOUREEEEEEEEUH’ en ‘HOEREEEEEEEEEEEUH’. Slapen is tijdsverlies en we haasten ons naar de kranen. Schubben worden van het gezicht gewassen en haar en tanden geborsteld. De drang naar een dagelijkse portie verderf wordt groot en iets na enen begeven we ons richting de weide. Tegen het einde van Kapitan Korsakov’s set staan we ietwat verweesd mee te knikken met een hakkelig closed-society festijn. Schandalig vroeg, als je ‘t ons vraagt.

Sunrockers? Met buien in het vooruitzicht hopen we dat zij ons zullen voorzien van de nodige hoeveelheid vitamine D. Nog voor we echter goed en wel beseffen dat ze reeds van start zijn gegaan met het stralen worden we aangesproken en gevraagd om casual te poseren voor verenigde radio’s. Mhm. Met twee superficieel verwoestende dagen achter de rug weten we niet of we kans maken op de trofee voor Dour-babes of eerder zullen zegevieren als wetstyle monsters. We houden u op de hoogte.

The Bots doen ons twijfelen. Aan onszelf dan nog wel. Het rokende hoofd van de leadzanger baart ons zorgen. Om ons zelf. Lichtelijke overdosis Dour of is hier werkelijk alles mogelijk? Double check!

Vandaag wordt een extra inspanning geleverd. Tijdens één van de talloze pogingen niet te verdrinken in de intussen volledig vermodderde weide zien we het licht in Spector en begeven we ons naar de Marquee. Opnieuw. Heil de tent des droge. Met het spreekwoord ‘beter een goede buur dan een verre vriend’ in het achterhoofd schuiven we aan bij het publiek met een hipstergehalte waar de hele tumblr-community op stalen ros zelfs niet aan tippen kan. De Londenaren laten zich van hun beste kant zien en sluiten af met een nummer met boodschap waar ze zich hopelijk zullen aan houden. Never fade away. Wij willen meer horen.

Andrew Tosh doet ons de arena onmiddellijk na hipster-tijd betreden en in memoriam van Peter brengt hij een setlist vervuld van songs voorzien van  duidelijke boodschappen. De regen deert ons niet. We kruipen met drie in een poncho waar we elk een luttele euro voor neertelden en laten pure reggae door onze aderen en ziel stromen. Legalize it!

Met het oog op Franse chansons trekken we opnieuw naar hogere gebieden. In de Dance Hall verwelkomt Marcel ons met son Orchestre. De verwachtingen worden niet ingelost. Geen Fransman met baret, stokbrood en wijn verschijnt op het podium. Wel een veertiger met blazers. Franse ska. Merveilleux!

Reggae time again. Midnite als gevestigde waarde om ons er van te overtuigen dat uitwijken naar zonrijkere gebieden zinvol zou zijn. Matigheid toont zich van zijn beste kant. De groep trekt de toer van het uitmelken op. Ieder nummer wordt fris ingezet maar eindigt langdradig. Helaas. Op naar Bon Iver.

De ondankbare taak om te spelen op een podium waar je muziek wordt overstemd door lallende Hollanders en de nog minder aangename beats van Joe Piler (we planden nog een aanslag, jawel) werd toegeëigend aan iemand die we liever hadden ontmoet in een tent. Na twee nummers geven we er de brui aan en besluiten we ons voor te bereiden op Parov Stelar. Met Caravan Palace – gezien en goedgekeurd op Les Ardentes – in het achterhoofd scoren de ledematen de hoogste toppen. Verdere verloop van de avond is vaag. We doen een poging los te gaan op dubstep. Moeilijk in een ruimte waar bewegen uitgesloten is.

Na gekwakkel van tent tot tent verzamelen onze manschappen aan de Marquee en trekken we naar de camping. We gaan onder een partytent schuilen, eisen campingstoeltjes op en krijgen onder andere Jezus en Mark op audiëntie. Ze komen praten over een whiskeyclash, bloedingen en de verdwaalde Anaïs. She puked. In his tent. Poor Mark bleef positief en lachte er op los bij het aanhoren van voor hem onverstaanbare grappen en grollen. Poor poor Mark. Tegen zessen, wanneer de eerste zonnestralen door de bossen schijnen kruipen we onze tenten in.

De laatste dag Dour start met weemoed. Een ietwat verlaten camping doet ons vrezen voor affreuze taferelen met weggespoelde personae. Wij plooien echter niet en in the name of the father trekken we opnieuw naar de weide. De hoopvolle gedachte dat Chairlift de selectieve leegte zal weten op te vullen is echter van korte duur. De lieflijke frontvrouw doet dan wel pogingen pedante geluidsmannen te wijzen op foute verhoudingen, het mag niet baten. Occasioneel krijgen onze spieren een impuls om samen te trekken. Nimmer wordt overwogen deze contracties onder de noemer ‘dansen’ te plaatsen. Op de kop toe wordt ‘Bruises’ al helemaal met de grond gelijk gemaakt van iets wat ooit een puur en zuiver duet was tot een eeuwigdurende litanie van gekweel door Polachek alleen. Vals of blaam voor de man achter de knoppen? Een cocktail, denken wij.

Een cocktail die moeilijk te verteren valt, zo blijkt. De volgende twee uur geven we ons over aan zeemzoet niets doen. Het is wachten op The Skatalites om ons van de met modder aangekoekte planken vloer te heisen en in beweging te treden, gevolgd door The Subways. ‘You don’t need money to have a good time’ wordt guitig meegebruld en ophitsing is nabij. Eindelijk. Punkrock saved community. Again.

Zompend op weg naar Flaming Lips missen we het begin van de set. Op ‘The Yeah Yeah Yeah Song’ maken we een eervolle intrede en worden we begroet met kleurrijke snippers en vliegende ballen. Een nummer verder verschanst Coyne zich zelf ook in een balvormig object. The show goes on. Muzikaal geen hoogfeest. Chaos overal, sfeer ook. Dourish dus. 

We houden het geen uur vol en verlaten vroegtijdig voor beatvollere tijden bij Orelsan. Fancy kwartiertje. Voorbereiden op Max Romeo – als vervanger voor Third World – in stijl. Ja. The Rapture laten we aan ons voorbij gaan, deels met spijt in het hart. Harten breken op festivals, iedereen kent het fenomeen

Voorbij The Bloody Beetroots huppelend beseffen we dat we gemaakt zijn voor het hardere werk. Op naar Clubcircuit Marquee voor Atari Teenage Riot. Onze onderhuidse passie voor Berlin clubbing kan voor een laatste keren zijn lusten botvieren. En dat doet het. En hoe. Dirty dancing, dirty talk; Elektronisch metaal op niveau. Waardig afgesloten. 

In the name of the father- by Bo V

Nooit gedacht dat dit uit mijn mond zou komen, maar massamoorden geeft echt een kick. De laatste stuiptrekkingen, zuchtjes en tevergeefse spartelingen waarbij het slachtoffer zijn leven voor zich als een slechte romantische komedie ziet voorbijflitsen. Een leven van een dag oud. Plots ontnomen met één doelbewuste klap. Kebém. Niets geeft zoveel voldoening als die gluiperds vermorzeld zien worden onder je vliegenmepper.
Heerlijk.
Iedereen heeft wel een moorddadig trekje in zich. Als een bende sadisten meehelpen een niet meer van zichzelf bewuste kerel vast te ketenen aan een ingestorte campingstoel met ducktape om er vervolgens als afwerking knalrode lippenstift over uit te smeren, allen gniffelend wanneer de choco ook nog eens zijn intrede doet.
Kijk, zo’n dingen moeten kunnen. Zeker op een laatste festivalnacht. Een nacht waarop je Jezus- niet je zus-  al eens kan zien verschijnen, smorend met een fles Martini in zijn gezegende handpalmen. Zolang het geen Palinka of andere Hongaarse brouwsels zijn, kunnen we de Heilige Man niks kwalijk nemen. Want deze kunnen nogal eens voor verwarrende toestanden zorgen, waarbij je bijvoorbeeld op een bepaald moment tegelijkertijd tegen Persen, Canadezen en je eigen studentenclub – waar je niet eens lid van bent- aan het leuteren bent zonder goed te beseffen dat je je in een ruïnebar in het midden van een vreemde stad in een vreemd land bevindt zonder enige zekerheid ooit deftig ‘thuis’ te geraken, waar dat op dit bizarre moment ook moge zijn. Of ‘Home is wherever I’m with you’, volgens de commune van Edward Sharpe en zijn magnetische nullen.
Nee, onze Helige Vriend stelt zich tevreden met het kijken naar een vreemd ogend schouwspel waarbij drie streetstylers uit het niets de longen uit hun lijf beginnen te brullen omdat hen dat zo gezegd was. Zo zitten ze in hun koffer met de beentjes te bengelen en tirolermensjes na te staren. Louche, maar o zo fancy.
Net als een snor op je arm, gezet door een – opnieuw- louche kerel met onuitwasbare neptattoeverf. Ik begin trouwens meer en meer het gevoel te krijgen dat dit een soort nieuwe tien geboden wordt. Let dus allen goed op, want dit wordt een revelatie voor de toekomst.

Onze Meneer met de Baard en de Snor zal zich net als een voorbeeldig burger niet verlagen tot uitspraken als ‘Potje azs’en ?’ of sadistische daden met de kernwoorden pootjelap en poepeklets.
Hij zal gezellig smoren in zijn kofferbak, filosoferen met doofstomme kunstenaars en zich bezorgd afvragen of de ladders in zijn panty niet te extreem zijn om het Heilig Gebied der Doureuh te betreden.

I eat kids – by Bo V

Ik verwelkom jullie in de meest asociale periode van mijn – ik val in herhaling maar het is gewoon algemene waarheid – nietig bestaan. Ik moet zeggen dat ik in dat bestaan wel al heel wat dingen heb ontdekt, het ene al wat interessanter en bombastischer dan het andere. Bijvoorbeeld dat Hollanders zichzelf ook Hollander noemen en het dus helemaal niet als een belediging beschouwen als je hen dan daadwerkelijk benoemt als Hollander- drie keer het woord Hollander in één zin, ik begin me zorgen te maken over mijn woordvariëteit. Nou, hoe dan ook, verrijkende kerels. Wat ik nog heb ontdekt, is dat wekenlang aan de kop van je grote zus zagen om marmerbrownies te maken voor haar allerliefste kleine zusjes echt wel effect kan hebben. Geen idee hoe we het ooit gaan klaarspelen die vierkante meter op te krijgen zonder opeenvolging van indigesties of acute obesitasontwikkeling, maar het gaat om het principe. Als je hard je best doet voor iets en niet opgeeft (melig), wordt je uiteindelijk beloond om je harde werk (nog meliger). De brownies zijn mooi meegenomen natuurlijk. 
Ik heb nog iets ontdekt maar dat ga ik wijselijk voor mij houden om bepaalde mensen die toevallig woonachtig zijn te Antwerpen niet voor de borst te stoten of hen het gevoel te geven dat ze arrogant overkomen door hun ‘ik ben sociaal dus ik ga veel geld verdienen maar hoe boeit niet’- houding.

Stel je niet te veel voor bij mijn asociale periode, ik zit niet in een isolatiecel te krijsen of in een hoekje te huilen omdat niemand mij begrijpt. Ook heb ik nog steeds contact met de buitenwereld – leve hedendaagse elektronica -, ben ik nog altijd in staat om een betekenisvol, samenhangend gesprek te voeren en mijn luisteraars te ambiëren met sadistische uitlatingen over hondenmoordenaars. Ik moet dringend ‘Beethoven’ eens herbekijken.  Uiteraard is het aantal ademende en al reeds opgesteven personen dat ik in mijn circadiaanse cyclus tegenkom iets beperkter dan in mijn normale fancy urban leven, maar dat is puur uit bescherming van mijn op dit moment zeer kwetsbare brein. Ook wel een beetje om de hoeveelheid afgesnauwde verwanten binnen de perken te houden.
Die samenhangende gesprekken houden overigens niet veel meer in dan gezwets over de kittens en gekreft over het slechte weer – waarbij het sadistje in mij geniepig lacht met al dat harde werkvolk dat speciaal verlof heeft genomen ‘omdat het in mei toch altijd goed weer is’. De voorbije tien jaar niet meegerekend.
Normaal gezien kenmerkt mijn aso- periode zich ook door een anti- Harohnny houding. Niet dat ik plots braakneigingen krijg van A’s verpletterende schrijfsels, maar gewoon omdat ik in deze levensfase simpelweg een dikke vette nolifer ben en gewoon geen enkele toegevoegde waarde ben aan jullie waarschijnlijk veel impressionantere dagelijkse bezigheden. Ik hoef geen voorbeelden te geven denk ik. Dat zou ik natuurlijk wel kunnen doen, was ik een gemene heks geweest, door mijn medeblokkers te pesten met verhalen over zomerse barbecues, mojito’s en beachparties bij heldere lucht met een aangename tropische temperatuur, vergezeld van een zacht briesje om je door de zon gebleekte haren – die perfect uitkomen bij je gebruinde en uiteraard niet verbrande huid – te laten wapperen in de wind. Maar ik ben geen gemene heks. En de temperaturen zijn niet tropisch. Het voelt eerder als een dorre herfst. Ik besluit mijn kittens nog maar wat aandacht te geven, terwijl ik mijn cursus opensla en de vogel afsnauw, die anders nooit zijn bek opent maar nu doet alsof hij in een vorig leven operazanger was. Een slechte dan nog.