What’s this? What’s this? – by Bo V

door harohnny

Het spijt me jullie dit te moeten meedelen, maar het festivalseizoen is officieel helemaal, maar echt hélemaal voorbij. Hoog tijd dus om te beginnen detoxen, de schimmel uit je tent te schrapen en eens te recapituleren over de uitputtingsslag van de laatste maanden.

Concertreviews zijn als een slechtdraaiende economie. Ze zijn overal en iedereen voelt zich geroepen zijn steentje bij te dragen. Elke band moet een ster krijgen en we moeten allemaal opnieuw eens ons gal spuien over de ticketprijzen en “Die geldwolven denken verzekers dat geld vant straat te rapen is éééééh!!!!”.  Na me zes jaar intensief opgewerkt te hebben tot actief en ervaren festivalganger ben ik dat stadium intussen voorbij.  Gedaan met zeiken op de Schuur, gedaan met rennen van de ene tent naar de andere om geen enkel optreden te missen – ook al is het zo slecht dat zelfs mijn oordoppen lijken weg te kwijnen -, gedaan met zagen over de lichte geurhinder die de aloude Dixi’s of ToiToi’s – je ziet, ik ben een kenner- wel eens kan teisteren. Waar het niet mee gedaan is, is onze eeuwige liefde voor livemuziek  en de oerkracht van het leven in de wildernis. Of iets meer natuur dan thuis.

Ondanks het feit dat elk festival  zijn eigen persoonlijkheid heeft, kunnen we er toch een zekere structuur in terugvinden. Zoals gewoonlijk is de eerste dag steeds een dutsdag. Meer dan de toiletrituelen van je campinggenoten leren kennen waarmee je vier dagen moet samenleven zit er dan niet in. Op dag twee begint het al vaag te worden, je lichaam begint de eerste tekenen van verval te vertonen. Dit zet zich verder de volgende dagen en de laatste dag gaat gepaard met transcendentale ervaringen gemengd met een dosis ondefinieerbare substanties op je lijf.
Voor echte concertreviews verwijs ik je graag door naar Googleman, bekijk hem als de Sinterklaas van de internetgeneratie. En wie ben ik om zijn werk af te snoepen, in deze economisch moeilijke tijden. Wat we jullie wel kunnen meedelen, is dat “Wa ies dees?” ongetwijfeld de meest voorkomende gedachte was van deze festivalzomer. Maar na de zoveelste dierentuin, Britten met blauwe neuzen, zoutstrooiers en vleeshopen waarbij je als je pech hebt verkeerd kan onder terechtkomen en ik lichte ademnood kan geraken, maakt de eerste verbazing van al dit gedruis plaats voor  een onbedwingbare neiging om “Woaaah, ik wil ook!” te roepen en je bij de indianendans te voegen op ‘den dijk’ van de camping bij zonsopgang.  Daar gaat dat laatste restje waardigheid dat je na drie dagen nog overhield.

Waardigheid en festivals, dat zijn twee begrippen die onder geen enkele omstandigheid samen gaan. Ook niet als je na een rondje circle of death nog net niet zatste van de hoop was.

Advertenties