Dour met gummies, niet voor dummies – by Aïda G

door harohnny

Neen, niet opnieuw geleuter over al dan niet aanwezige existentiële crises noch afgietsels van wat zou moeten lijken op een tour-dagboek. Wel een moddervet festivalverhaal. Over beenspieren, gesmokkelde Fiero, oxfam-foto’s, gedeelde poncho’s en bijhorende vreugdedansjes. Dour met gummies, niet voor dummies. Alô coucou.

De zon staat hoog, de zinnigheid schijnbaar ook. La Ruda als waardige opener van een voor ons opnieuw paradoxaal onvergetelijke vier dagen durend festijn doet nog maar net zijn intrede of er wordt reeds goedkeurend geknikt naar elkaar. Dat ze spelen voor een publiek dat voor 90% bestaat uit irrelevante individuen die de situatie niet precies inschatten kunnen is de grootste desalniettemin niet te verhinderen domper. Franse ska overwint echter de nietigheid van de omstanders en zegeviert. Eddie voit rouge. 

Aanmodderen. Dan nog steeds figuurlijk is iets wat iedere Dourganger doet. Randomly jezelf en bijhorende bazaar op de grond gooien is een vast ritueel na een periode van inspanning (lees: uurtje rechtstaan voor een optreden). En na een tijd van welverdiende rust stapt een tweekoppig duo voorzien van baarden en nineties regenjasje de bühne op. The Black Box Revelation is high on a wire, obvious.

Wat vervolgens geprogrammeerd staat is een “laten-we-arrogant-kermende-teefjes-ontlopen”-actie. Selah Sue wordt in de Last Arena gepusht en we klauteren al gauw de berg op naar hogere en betere oorden. In de Dance Hall worden we voorzien van een nodige portie dansende apen. Dour, zei u? 

Caribou leidt ons naar het Dourse dal opnieuw en met de klinkerripster achter ons doen we een poging ons mentaal voor te bereiden op Franz Ferdinand. Yum. 

Een aartshertog, een dooie dan nog weet ons er van te overtuigen dat het einde der tijden – in de muziekwereld althans – alles behalve nabij is. Klassiekers als Take Me Out, Matinee en Ulysses worden ons om de oren gezwierd. De lichte sfeer van kermis. In de hemel en op aarde. Vochtigheid alom. Zelfs in barre omstandigheden zijn Dourgangers heel genietbaar.

Als natte honden worden de haardossen gedroogd en eens ietwat droger geschud begeven we ons in één stroom opnieuw hoger ten berge om Squarepusher te checken. Onbekend terrein voor mij, ik beken. Veel zinnigs er over kwijt laten? Helaas. Geheugen is broos. 

Vrijdag de dertiende wordt ingezet met een ontbijt bestaande uit wrakkig stokbrood, illusioneel uitlopende broccolisoep en rijstpap. Met dit gevarieerde assortiment aan voedingsstofjes achter de kiezen trekken we rond iets na vijven naar de weide waar The Hickey Underworld onze aandacht trekt. Bij het zien van dansende jongelingen met een gemiddelde leeftijd van twaalf worden we gewezen op onze eerste kraaienpoten en komt het ouderdomsbewustzijn langzaam op gang. We gaan er even bij zitten. Als oude knarren wensen we volledig uitgerust te zijn voor Roots Manuva. Regen en een kortstondig gebrek aan geld voor poncho’s weerhoudt ons echter van gedartel en we modderen – nu letterlijk – aan tussen boom, tent en falafels. We’re good at the Dour side of life. 

Dinosaur Jr. staat als eerste echte check-in op het programma. Van op één van de laatste rijen aanschouwen we de brilloze frontman en zijn gevolg. Er wordt een diepe zucht geslaakt. We zijn niet de enige ouder wordende organismen hier.

Sébastien Tellier leidt ons naar de Marquee. Enkele nummers en bemoederende vingerwrijfjes gepasseerd besluiten we echter opnieuw de minder bekende groepen een kans te geven. Het effect van glitter en Waalse glamour gaan teloor. Dan maar naar St. Vincent dat de laatste tonen speelt bij het arriveren in la petite maison dans le prairie. Kiezen is verliezen. Zelfs op Dour.

BATTLES. Letterlijk. Na de boswandeling tijd voor een uurtje gecultiveerde elektronica en gloss dropping (aangenaam albumpje, jawel). Tussen het ietwat apathische publiek bakenen we ons territorium af en wanen we onszelf als ware dansende diehards. Losgaan op Inchworm, Ice Cream en My Machines met Numan als vocalist van dienst. Waar ter wereld laat men nog instrumenten zegevieren zonder oorsuizingen teweeg te brengen? Bij BATTLES. Uiteraard. 

Na het moraliserende uurtje van de dag dwalen onze ogen af naar de kurkdroge hemel. Tijd voor een campingfestijn? We dachten ‘t wel! Wat begon als keuvelmoment met vijf (sangria niet bijgerekend) rond een babyblauwe parasol genaamd Geneviève eindigde in iets wat wij hier niet uit te doeken doen. Tenzij u uw identificatiebewijs met blijk van meerderjarigheid inscant en ons opstuurt. 

Op zaterdag worden we voor de tweede keer op rij gewekt door verkwikkende kreten als ‘DOUREEEEEEEEUH’ en ‘HOEREEEEEEEEEEEUH’. Slapen is tijdsverlies en we haasten ons naar de kranen. Schubben worden van het gezicht gewassen en haar en tanden geborsteld. De drang naar een dagelijkse portie verderf wordt groot en iets na enen begeven we ons richting de weide. Tegen het einde van Kapitan Korsakov’s set staan we ietwat verweesd mee te knikken met een hakkelig closed-society festijn. Schandalig vroeg, als je ‘t ons vraagt.

Sunrockers? Met buien in het vooruitzicht hopen we dat zij ons zullen voorzien van de nodige hoeveelheid vitamine D. Nog voor we echter goed en wel beseffen dat ze reeds van start zijn gegaan met het stralen worden we aangesproken en gevraagd om casual te poseren voor verenigde radio’s. Mhm. Met twee superficieel verwoestende dagen achter de rug weten we niet of we kans maken op de trofee voor Dour-babes of eerder zullen zegevieren als wetstyle monsters. We houden u op de hoogte.

The Bots doen ons twijfelen. Aan onszelf dan nog wel. Het rokende hoofd van de leadzanger baart ons zorgen. Om ons zelf. Lichtelijke overdosis Dour of is hier werkelijk alles mogelijk? Double check!

Vandaag wordt een extra inspanning geleverd. Tijdens één van de talloze pogingen niet te verdrinken in de intussen volledig vermodderde weide zien we het licht in Spector en begeven we ons naar de Marquee. Opnieuw. Heil de tent des droge. Met het spreekwoord ‘beter een goede buur dan een verre vriend’ in het achterhoofd schuiven we aan bij het publiek met een hipstergehalte waar de hele tumblr-community op stalen ros zelfs niet aan tippen kan. De Londenaren laten zich van hun beste kant zien en sluiten af met een nummer met boodschap waar ze zich hopelijk zullen aan houden. Never fade away. Wij willen meer horen.

Andrew Tosh doet ons de arena onmiddellijk na hipster-tijd betreden en in memoriam van Peter brengt hij een setlist vervuld van songs voorzien van  duidelijke boodschappen. De regen deert ons niet. We kruipen met drie in een poncho waar we elk een luttele euro voor neertelden en laten pure reggae door onze aderen en ziel stromen. Legalize it!

Met het oog op Franse chansons trekken we opnieuw naar hogere gebieden. In de Dance Hall verwelkomt Marcel ons met son Orchestre. De verwachtingen worden niet ingelost. Geen Fransman met baret, stokbrood en wijn verschijnt op het podium. Wel een veertiger met blazers. Franse ska. Merveilleux!

Reggae time again. Midnite als gevestigde waarde om ons er van te overtuigen dat uitwijken naar zonrijkere gebieden zinvol zou zijn. Matigheid toont zich van zijn beste kant. De groep trekt de toer van het uitmelken op. Ieder nummer wordt fris ingezet maar eindigt langdradig. Helaas. Op naar Bon Iver.

De ondankbare taak om te spelen op een podium waar je muziek wordt overstemd door lallende Hollanders en de nog minder aangename beats van Joe Piler (we planden nog een aanslag, jawel) werd toegeëigend aan iemand die we liever hadden ontmoet in een tent. Na twee nummers geven we er de brui aan en besluiten we ons voor te bereiden op Parov Stelar. Met Caravan Palace – gezien en goedgekeurd op Les Ardentes – in het achterhoofd scoren de ledematen de hoogste toppen. Verdere verloop van de avond is vaag. We doen een poging los te gaan op dubstep. Moeilijk in een ruimte waar bewegen uitgesloten is.

Na gekwakkel van tent tot tent verzamelen onze manschappen aan de Marquee en trekken we naar de camping. We gaan onder een partytent schuilen, eisen campingstoeltjes op en krijgen onder andere Jezus en Mark op audiëntie. Ze komen praten over een whiskeyclash, bloedingen en de verdwaalde Anaïs. She puked. In his tent. Poor Mark bleef positief en lachte er op los bij het aanhoren van voor hem onverstaanbare grappen en grollen. Poor poor Mark. Tegen zessen, wanneer de eerste zonnestralen door de bossen schijnen kruipen we onze tenten in.

De laatste dag Dour start met weemoed. Een ietwat verlaten camping doet ons vrezen voor affreuze taferelen met weggespoelde personae. Wij plooien echter niet en in the name of the father trekken we opnieuw naar de weide. De hoopvolle gedachte dat Chairlift de selectieve leegte zal weten op te vullen is echter van korte duur. De lieflijke frontvrouw doet dan wel pogingen pedante geluidsmannen te wijzen op foute verhoudingen, het mag niet baten. Occasioneel krijgen onze spieren een impuls om samen te trekken. Nimmer wordt overwogen deze contracties onder de noemer ‘dansen’ te plaatsen. Op de kop toe wordt ‘Bruises’ al helemaal met de grond gelijk gemaakt van iets wat ooit een puur en zuiver duet was tot een eeuwigdurende litanie van gekweel door Polachek alleen. Vals of blaam voor de man achter de knoppen? Een cocktail, denken wij.

Een cocktail die moeilijk te verteren valt, zo blijkt. De volgende twee uur geven we ons over aan zeemzoet niets doen. Het is wachten op The Skatalites om ons van de met modder aangekoekte planken vloer te heisen en in beweging te treden, gevolgd door The Subways. ‘You don’t need money to have a good time’ wordt guitig meegebruld en ophitsing is nabij. Eindelijk. Punkrock saved community. Again.

Zompend op weg naar Flaming Lips missen we het begin van de set. Op ‘The Yeah Yeah Yeah Song’ maken we een eervolle intrede en worden we begroet met kleurrijke snippers en vliegende ballen. Een nummer verder verschanst Coyne zich zelf ook in een balvormig object. The show goes on. Muzikaal geen hoogfeest. Chaos overal, sfeer ook. Dourish dus. 

We houden het geen uur vol en verlaten vroegtijdig voor beatvollere tijden bij Orelsan. Fancy kwartiertje. Voorbereiden op Max Romeo – als vervanger voor Third World – in stijl. Ja. The Rapture laten we aan ons voorbij gaan, deels met spijt in het hart. Harten breken op festivals, iedereen kent het fenomeen

Voorbij The Bloody Beetroots huppelend beseffen we dat we gemaakt zijn voor het hardere werk. Op naar Clubcircuit Marquee voor Atari Teenage Riot. Onze onderhuidse passie voor Berlin clubbing kan voor een laatste keren zijn lusten botvieren. En dat doet het. En hoe. Dirty dancing, dirty talk; Elektronisch metaal op niveau. Waardig afgesloten. 

Advertenties