I’m tired. Blame that last party. And Spotify – by Aïda G

door harohnny

Aangezien een writer’s block eerder deze maand mijn leven werd ingegooid en ik kamp met iets wat zichzelf de naam ‘datlaatstefeestjeheeftmegestrikt’-vermoeidheid zou geven, verifieer ik het idee van nood aan vernieuwing. Ik verwijs hiermee helaas niet naar de shoes aan de voeten van die stranger in de straat noch naar de haarkleur van sommige die best wel eens een verfrissingsbeurt zou kunnen gebruiken. Die behoefte naar een geabstraheerde vorm van restauratie situeert zich zowaar tussen de linker en de rechter hersenhelft. Anticlimax? Mes excuses.

Want zoals theatermakers als Wagner, Appia en Craig ooit schreven over het theater zelf, zo dien ik misschien eens wat op papier te zetten over het schrijven zelf. Dat het nogal narcistisch is om me op hetzelfde niveau van deze drie revuegoden te tillen? Misschien. Maar beschouw het als een paradoxale aprobitie om tot mezelf te komen en u, waardige aanwezige, een leidraad te bieden tot waar het allemaal stopt. Stopt of begint. Gniffel.

Terug naar de essentie. Wat het lezen van mijn eigen teksten me leerde is dat ik te personeel graaf in dat bad van ongeremde affecten. Alsof schrijven after all als therapie te beschouwen valt. Blame mijn zieke geest? Of beter, blame mijn getroubleerde, ietwat paradoxale absent?

Anyway – okee, ik gebruik dit woord officieel te veel – mijn metaphysic friend en poet van dienst John Donne kreeg opnieuw te weinig aandacht. Maar ah, wat maakt het ook nog uit? It’s 11.48 PM. Literature goes on the ground. Ghent is in an apparent phase of twofold sleep. Just like me. And Just Like Zeus are Jenny and Johnny singing. Hello Mister Spotify! Bubye Youtube, you are sò 2010.

Advertenties