Avant-garde en de ode aan het laatkomen – by Aïda G

door harohnny

Avant-garde – een alom in ons taalgebruik vertegenwoordigd woord, tegenwoordig. Tekenend. Herkenbaar. Maatschappelijk volledig correct. Iedereen doet het. Maar wat met de vergane glorie der betekenis?

Enig wat research leverde op dat het woord oorspronkelijk zijn betekenis wist te vestigen in de militaire wereld. Avant-garde of ook wel Vanguard – voor de semiBritten onder ons – staat voor voorhoede van een legereenheid, bestaande uit een kleine troep van hoog gekwalificeerde soldaten of een geoefend commando. Deze voorhoede werd vooruit gestuurd om het terrein te verkennen voor het leger dat erachter komt. Zodoende kon men beter de toekomstige koers of een militaire strategie uitstippelen.

Mooi. Lang leve de veelzijdigheid van het woord. Een ruim onderbouwd designer uit ons midden – beweert dat avant-garde  een term is, gebruikt om acties of bewegingen aan te duiden die nieuw of experimenteel zijn van aard. Army vs. Modern movements? Aight. Laten we zeggen dat dit vernieuwende gedeelte dan vooral een metafoor is voor het werk dat een klein groepje intellectuelen en links-pacifistische kunstenaars schiep nog lang voor de creaties en masse zichtbaar waren. De avant-gardisten van de 20ste eeuw experimenteerden met nieuwe kunstvormen al dan niet door de artistieke procedés van hun voorgangers radicaal af te wijzen. Historische avant-garde. Prachtig.

Kunnen we hieruit besluiten dat avant-gardisme kan beschouwd worden als een reactie van wantrouwen, dubio en scepsis jegens de eigen, westerse cultuur? Als een behoefte aan vernieuwing, regeneratie of reïncarnatie en letterlijk àlles herdefiniëren en wederontwerpen.

Was dit dus de aspiratie, het oogmerk van Karel Appel en Corneille, die we door middel van hun COBRA toch wel als firstclass avant-gardisten van die tijd kunnen beschouwen? En wat met de Vijftigers die onder meer als reactie op de Poésie Parlée toch ook wel als ‘strevers’ van het onbekende kunnen worden beschouwd? Het Russische Constructivisme? Het Zwitserse Dadaïsme? De gezuiverde Amerikaanse Fluxus? Neo-expressionisten? Check. Jean-Michel Basquiat? Check. Vaughn Bodé? Check. Geïnspireerd. Geadoreerd. Verbouwereerd. Gemusiceerd? John Cage? Check.

Avant-gardisme van de 20ste eeuw. Overduidelijk. Apert. Flagrant. Maar wat met de 21ste eeuw? Een tijd van onbegrensde mogelijkheden, een tijd waar personele waarden primeren, waar u en ik, altijd te laat komen?

Sta mij toe. Of beter, laat mijn chaotische brein het zich permitteren een secundaire spijtbetuiging aan het laatkomen te produceren.  

Gegroet waarde visitator. Sec pareren dat vergeten menselijk is en falen nog humanitairder dan de helft van je maandloon wegschenken aan een goed doel. Zachtzinnig. Sociabel. Maar openbaar falen, overal te laat komen en daarbovenop nog eens alles vergeten. C’est mon côté frimeur.

Straffe tekst. Strakke melodie. Da’s waar het nu – op dit eigenste moment – om draait. Diepe gevoeligheid, een bron van emoties. Eerbaar, eervol. Zonder voordeel eigenlijk. Want wat geef je bloot aan een publiek dat amper van Avant-Gardisme gehoord heeft? Cynisch weg het aan de eerste beste desbetreffende stranger on the street gaan vragen? Mhm. Risky. Voorzichtig, schoorvoetend dan maar, om dit verhaal dan toch een significatie te geven en te continueren met onze belevenissen on the road.

Herr Kerouac zou heel misschien, wel trots geweest zijn op mij. Niet omwille van het feit dat ik zijn Beat Generation en typical way of life des dagen volledig ophemel. Neen. Ook niet omdat ik Willy Nelsons ‘On the road again’ constantly zit te tokkelen op gitaar. Oh neen. Ik heb alleen zijn eigenste boek zelve reeds zo’n meerdere keren verslonden. Uhu. Op zich niets noemenswaardig, laat staan zegepralend. Maar. Ik doorkruiste de proza laatstmaal echter, zonder één keer te twijfelen aan het feit of dit wel aan één stuk door geschreven is. U noemt me freak. Ik noem hém ge ni aal. Op z’n minst.

Waar Libertijnse cirkels een slaande generatie werd – dit dient u letterlijk te vertalen naar het Engels, indien nodig raadpleegt u misschien best ook een gerenommeerde zoekmachine om de beeldspraak volledig tot u te nemen. Maar goed. Allen Ginsberg met z’n Chicago Trial Testimony en Rexroth met With Eye and Ear. William – don’t forget the – S. Burroughs en zijn Naked Lunch. Reeds menig wat uren op de trein te hebben doorgebracht behoren voorgenoemden tot het lijstje ‘gelezen’. En. Tot het lijstje van de ‘stuk voor stuk hoogtepunten uit de jaren ’50 van de vorige eeuw’. Verhalen met een vaak innovatieve, deconstructivistische structuur. Kritiek leverend op de maatschappij van toen. Doorspekt met metaforen die staan voor het in de ogen van die zogenaamde consumptiemaatschappij zijnde eveneens mensonwaardige, ietwat onzuivere zaken. Hardboiled niet? Kronieken om van af te kicken.

Waar het nu echter allemaal om gaat. Te laat komen. En op weg zijn. Ooit bezig geweest met het tellen van het aantal brandende straatlantaarns op de snelweg? Wanneer de zon al lang neder daalde om op te stijgen aan de andere kant van de wereld wel te verstaan. Brandend – verzengend. Haast corrosief. Neen? Wel, u hebt wat gemist dan. Iedere keer je weer zo’n lichtpaaltje voorbij rijdt lijkt het alsof je naar de volgende wordt getrokken en opnieuw. Opnieuw. Andermaal. Weerom. Wat daar zo speciaal aan is? Niets. Maar de lichtflitsen die hierdoor gecreëerd worden zijn verrijkend en staan menig wat milliseconden op je netvlies gebrand. Alsof je het eindlicht telkens weer beproeft. Mhm. Ever heard before. In Kerouac. Lage, wat zeg ik, irrelevante rommel meets hoogstaande literatuur – lees: deze onzinnigheid meets a story on the road.

‘I realized that I had died and been reborn numberless times but just didn’t remember because the transitions from life to death and back are so ghostly easy, a magical action for naught, like falling asleep and waking up again a million times, the utter casualness and deep ignorance of it.’

Ik dank en groet. Buig en schuifel weg. Gezamenlijke passie dartelt, mijn adem zwakt af. Tijd om een openbare excusez-moi te verifiëren en tot slot naar een volgend moment van exploratie toe te leven.

Advertenties