Ghost on the dancefloor – by Bo V

door harohnny

Waarom zijn we bang in het donker? Waarom vergeten we bij het horen over een nieuwe seriemoordenaar steeds onze rijpheid en ons zelfvertrouwen, en waarom neemt de onschuldige geest het in de plaats van ons over? Iedereen herkent zich er in, we hebben allemaal wel eens zo’n moment: hah, eens een vette thriller/horror – voor de die hards – film kijken, ik kan daar best tegen, lekker spannend. Zo’n momenten komen bij mij precies hoe langer hoe minder voor, maar soit, ze zijn er dus af en toe wel eens – hoewel ik me dat achteraf wanneer ik schrik heb dat mijn adem te veel lawaai maakt sterk beklaag – en dan moet je erdoor. Dan kruip je als een bange kwezel je bed in, je goed verstoppend onder het deken terwijl je de relativiteit van vampier worden probeert in te zien. Of van gekidnapt worden. Of verkracht. Of allebei.
Maar waaróm zijn we zo bang ontvoerd te worden door maffiabazen, of gebeten te worden door bloedzuigers, verkracht te worden door psychopaten, gewoon om vreemden in ons territorium te vinden die je willen ontnemen wat van jou is?

We zijn allemaal rationele denkers, de verlichting ligt al lang achter ons, dus we weten dat vampieren, ufo’s en euh… – ok seriemoordenaars en psychopaten bestaan wel, kruip maar terug onder je bed – andere vreemde wezens niet bestaan. En toch, tóch, gedragen we ons na het horen van een eng verhaal, het zien van een creepy film, het lezen van een griezelig boek – heb ik eigenlijk nooit gedaan, of dan heb ik toch niet gemerkt dat ze eng zouden moeten zijn (no offence) -, het zien van een moord – sorry ik heb een sadistisch trekje – als kwetsbare, hersenloze, gedoemde mama’s kindjes die op dat moment het gevoel hebben dat ze hun ouderlijk nest te vroeg verlaten hebben, met heimwee terugdenkend aan de tijd waarin ze ‘s avonds gezellig onder de ‘sjorze’ – excuses voor mijn landelijk dialect – met de mammie en de pappie en de poes op de schoot naar de dagelijkse soap keken – ik noem geen namen, dit is geen publireportage zoals je in Flair wel eens leest – en de mammie hen in bed stak met de belofte nog eens te komen kijken voor ze ging slapen of alles ok was – wat ze natuurlijk nooit deed, sukkels – en je het veilige gevoel had dat je niet alleen was, dus dat die enge meneren en monsters geen kans maakten om in jouw streng bewaakte barbie/pokémon/vulzelfaan- kamer te komen. Waarom beschouwen we de nacht ook als iets donkers – buiten het feit dat het ‘s nachts donker is duh – en eng, en waarom associëren we het met achtervolgingen en ‘slechte’ mensen die op pad zijn?  Waarom beschouwen we de nacht niet als de ideale aangelegenheid om je plat te zuipen zonder dat mensen die je kennen (maar die je niet in zulke situaties mogen herkennen) je achteraf niet kunnen confronteren met schandaalfoto’s en andere overblijfsels? Wat niet wil zeggen dat we dat niet doen, maar bij het woord ‘nacht’ is het niet het eerste waar je aan denkt. Tenzij je een alcoholieker bent. Of een student. Heeft het soms te maken met Home Alone? Met de duivenscène misschien die ik toevallig heel eng vond, naast de 999 andere – ik vond het een leuke film hoor, nog altijd trouwens -?

Is dit een instinct? Is het ons onderbewuste dat naar boven komt? Of heeft het eerder te maken met de vervaging van de grens tussen fictie en realiteit? Kunnen we eigenlijk nog wel spreken van een grens tussen fictie en realiteit?
Hopelijk wel, ik heb geen zin om morgen meegenomen te worden op een bezem naar de toverschool van Harry Potter en daar dan mijn ex- lerares wiskunde tegen te komen in een latexpakje, lebberend met Hugh Grant.
However it will be, research is onvermijdelijk. Laten we daarom nog een beetje Vampire Diaries kijken. En onder mijn dekbed kruipen. Zonder te ademen.

Advertenties