A(pa)probitie – of – de kroniek van een emotionele trap – by Aïda G

door harohnny

‘Want deze zijn – na herhaaldelijke approbitie – volledig approved.’ en ‘Antichrist? Ja, zeker?! Anarchist? Als men door ongeloof in een betere toekomst – melancholisch hoogtepunt van de huidige apaprobitie – gaat plunderen en verwoesten en dat als anarchisme gaat beschouwen, misschien.’ – Dit is wat u reeds eerder kreeg voorgeschoteld hier, als u tenminste een diehard Harohnnist bent. Approbitie, apaprobitie. Een random woord. Correct. Maar bij het openslaan van uw Van Dale – wij laten ons niet sponseren, neen – zult u helaas tot de teleurstellende constatatie komen dat approbtie, noch apaprobitie er niet in weer te vinden is. Suckiewuckie, no?

Tot zo ver het geleuter over de onbestaandheid van het woord. Houston, you’re right. Wat rest ons dan nog? Een betekenis geven? Is dat dan zo noodzakelijk? Really? Poor y’all. Plutarchus zou boos zijn, mannen! Want het was hij die schilderkunst zwijgende, stomme poëzie heette en poëzie beschreef als sprekende schilderkunst. Lateraal. Paradoxaal. Focus op het tegenstrijdige en u verkrijgt een kus van de juf en schuift een bank vooruit.

Dient werkelijk alles in uw leven benoemd te worden? Een betekenis gegeven te worden? Pathetic. Niet alles valt te benoemen. Noch te benamen. Naamgeving. Ik vertel het u – voor mij schieten woorden vaak te kort – hoe graag ik ook schrijf. Als vrouwe ende here hun stembanden schrapen, een laatste zwelg lucht naar binnen laten leiden en dan de eerste tonen van ‘Kommt, ihr Töchter, helft mir klagen’ laten klinken. (Mattheüs’ Passion. U moet het opzoeken. Bach als temporele God. Want ja, ik heb een duister doch verzuiverd kantje.  Buss und Reu.) Dàn schieten woorden te kort. Toen ik een tweetal weken geleden de Peppers aan het beleven was. Dàn schoten woorden te kort. Als weer eens iets eenvoudigs – maar in mijn – misschien zieke – geest – iets tegen bovennatuurlijks  mijn pad wordt opgegooid. Dàn zijn daar soms geen woorden voor. Helaas. Gelukkig. Verrukuluk.

Ik klink onzuiver. Geheel. Maar ik maak mij zorgen. Om de morele vergankelijkheid. Om die ene ontbrekende pagina in dat andere boek. Om de koude wind en de eenzame vogel in de lucht. Om het lek in de afvoerbuis op kot. Om de jongeman op dat concert eergisteren. Malheureus, fleps en solitair. Enerlei. Doch zo divers. Om het immorele van benoemen. Alsof de heersende kracht van het woord nog zo veel betekent in een maatschappij als deze. Waar welstand en kracht primeren boven dat wat echt telt en – ieder van ons – de adem ontneemt. Stikkend. Van verlangen. Van verwondering. Van waar we voor leven.

Doelloos. Ronddwalen. Zonder eind. Trap op, af op, op af af. Gezuiverd van realiteit. Kraak. Zelfs de trap laat weten dat het genoeg is en zegt: ‘Hé you, I got feelings too!’. 

Advertenties