Build me a buttercup – by Bo V

door harohnny

Je kot aanschouwen, de chaos bekijkend die het nu is, denkend aan de tijd waarin  van wanorde nog geen sprake was terwijl je heftig probeert een beeld van een propere, niet met kleren en afwas van drie dagen gevulde kamer op te roepen (helaas). Net zoals mijn prof sociologie vandaag vertelde, zijn we inderdaad metsers. Niet dat ik mijn eigen kot heb gemetst – are ya kiddin me – maar je weet wel wat ik bedoel – of niet dan, pech voor jou. We metsen ons eigen kookpotje (combi hotel mama + eigen probeersels). We mesten ons eigen kot vol (het is geen schrijffout, eerder een geniale woordspeling) met veel te weinig kleren, potten, waterpijp, mensen om die mee te nuttigen, wijn, nog meer mensen om die mee te nuttigen, opwarmkost – of kots (grapje)-, kortingsbonnen voor Mc Do, tien verschillende lessenroosters, veel te weinig cd’s en veel te weinig schoenen – shoppingtime!
Maar bovenal – daar gaan we weer – staat ons stekje vol met ‘leerstof’. Een halve boekenplank (20 op 20 cm om exact te zijn) dan nog wel – als je mijn kotkitchenkookboek niet meerekent tenminste, trouwens zeer handig als je als student ooit eens een velouté met linzen en limoen wilt maken – waarvan ik de helft ervan niet eens nodig zal hebben. Ik weet het zo niet, moet dit me verontrusten of juist niet als ik hoor van de massa’s boeken die mijn medestudenten zich moeten aanschaffen en ik daar dan droogjes tussengooi dat mijn pakketje best meevalt.
Zoals ik al zei, zijn we metsers. Net zoals we Harohnny volmetsen/mesten – sterk hé? – met onzin en geleuter over dingen die waarschijnlijk niemand boeit, stouwen we ook ons leven vol met informatie en gebeurtenissen die dikwijls onszelf ook niet boeien, zoals hoe de stand is bij het snooker- WK. En het ergste is: we kunnen er helemaal niets aan doen. Ons genots- en pijncentrum beslissen dit voor ons, het is als het ware een strijd tussen deze twee. Het zijn deze centra die het mij moeilijk maken wanneer een oud ventje me op straat aanklampt een steunkaart te kopen voor het kinderkankerfonds – kindjes of schoenen, kindjes of schoenen, kindjes of schoenen,… Het doet pijn aan mijn budget om ja te zeggen, en pijn aan mijn te grote hart om nee te zeggen. En wegens professionele redenen was het vrij onmogelijk geld voorrang te geven op gevoel. Ook wanneer ik sta te kwijlen op de nieuwe Blink- cd is er een flinke oorlog aan de gang, of beschouw het als een koude, want er is geen twijfel mogelijk dat ik ja zeg – hah!
En zo mets ik tegelijk aan mijn cd- collectie, aan mijn ontwikkeling en aan een toekomst voor kankerpatiëntjes. (Aan het einde van de maand ga ik nog niet te hard denken)

Advertenties