Congratulations, you survived the last revolution – by Aïda G

door harohnny

‘Wat zei u?’ – ‘Nevermind’ – U heeft dit waarschijnlijk wel al vaker gehoord, neen? Hadden we deze repliek echter in de mond genomen wanneer exact twintig jaar geleden Herr Cobain met gevolg dat magnificiële album niet had uitgebracht? Grunge van de zuiverste soort, een generatie definiërend. Nirvana mag dan wel amper een zevental jaar op het circuit hebben meegetourd, toch sloeg het een brug tussen datgene wat daarvoor amper gedraaid werd wegens het alternatief zijnde naar de mainstream van toen – én nu.

Nirvana zou echter Nirvana niet geweest zijn zonder zijn waardige voorgangers – denkt u maar aan Hüsker Dü, Pearl Jam, Soundgarden en The Pixies. De jukebox van eertijds werd in de jaren ’80 in de mix gegooid met metal, punk en punkrock. Psychedelica smolt samen met de korrelige legering van vele andere genres die tot dan toe amper aanvaard werden en vaak nog in hun kinderschoenen stonden. Kortom: een prak van punk, fm-rock et cetera dat werd opgepoetst en geprepareerd, klaar om een nieuwe zwindel te zwaaien. Dit alles aangemoedigd door een generatie die door de voorgaande generatie een denkbeeldige schop kreeg, waardig als dat establishment het verdiende.

Haar en baard groeiden aanzienlijk en de houthakkershemden van menig wat grootvaders beleefden een tweede jeugd. Stijl-ish, voor het harde stuff. Hard topic – naturale desinteresse voor mode, trends en tips. Go Seattle, go! ‘Can we have some more – nature is a whore.’ Of wanneer men deze inbreuk ten opzichte van muziek, attitude en stijl zelfs geen anti-mode meer noemen kon. Un-fashion? Nahah – dat zou Truman (James, editor) te veel ‘un’-eer aandoen misschien. Terug naar de roots. Van dit verhaal.

Wat maakte dat Cobain Grohl en Novoselic samen met Butch Vig begin ’91 een hitplaat scoorde? Luide, slordige, en onvolgroeide gitaar: check. Stinkende, ondergrondse kluiskastelen om in op te treden? Double check. Met kolonistendwang trokken honderden bands echter de straat op, de kelder in om er hun mogendheden tentoon te stellen en de geneugten van het on the road zijn te ervaren. Albumreleases volgden elkaar op. Dat er iets broeide, dat was zeker. Maar niemand kon verwachten wat dat ene ultramarijne album van Nirvana ooit zou teweegbrengen.

Terwijl onder- en overjaarse postpunkrockers hun weg vochten naar de top en de prehistorisch gezinde generatie van weleer choqueerden, ontwikkelde zich een geluid en een stijl die bij de toenmalige jeugd als vertrouwd in de oren begon te klinken. Mainstream radio’s draaiden hun platen en gigs waren meer dan eens sold out. En steeds was er eentje dat net dat tikkeltje meer succes had en net dat ietsje meer platen verkocht. U kent het gevolg ongetwijfeld. Als uw buur een net iets mooier huis heeft dan u, wordt u ongetwijfeld eveneens wel eens overweldigd door een walm van lichte jaloezie en hoewel u rotsvast zal blijven zeggen dat u echter volkomen tevreden bent met uw klein arbeiderswoninkje zult u heel subtiel toch een groenachtige blik werpen op de villa met binnen- en buitenzwembad dat naast dat stulpje van u pronkt. Jaloezie, afgunst, nijd en rivaliteit. Generlei enige vorm van amicaliteit, laat staan admiraliteit.

Nevermind en Nirvana op zich veroorzaakte iets wat men sinds de Beatles en Elvis niet meer gekend heeft. Underground werd een hype. Mainstream kreeg plots een hele andere kleur. Afgelebberde pop en rock maakten plaats voor de ‘net uit bed’-muziek. De authenticiteit van de nieuwelingen werd op prijs gesteld. Zij durfden wél nog hun woede, angst, smart en leed dat voorheen enkel door hun aderkast gutste nu ook een weg naar het publiek leiden. En hoewel men normalerwijs dan depressieve en harddonkere muziek zou verkrijgen, brachten zij het in een pakketje vol melodie en – ehm – passie.

Generation X werd door op plaat staande verborgen liefdes achterover gegooid, Cobain en zijn voorliefde voor ABBA en de Beatles kregen een wel zeer dubbele perceptie. In tussentijd was Bush Senior op de republieke troon gaan zitten wat werkloosheid, een ietwat onassurante economie en een opkomend hiaat in de ozonlaag teweeg bracht. Koude en golvende oorlogen. En dan een ruisend razende Nirvana die als het ware een vangnet was voor de jongeren van de jaren negentig.

Dat was echter toen. En nu? Vijfentwintig miljoen verkochte albums passed by en geëvolueerd tot generatie Z in een relatief gezien rustige tijd van overwegende welvaart. Verborgen liefdes duiken weer op misschien? Onsociologisch en bronnenloos als ik at the moment ben kan ik u daar geen antwoord op geven. Wat echter interessanter is om over te zitten peinzen is hoe Nirvana – en Cobain in het bijzonder – omging met het succes.

Kon men deze triomf nog een heil noemen? De horden fans, het overal gedraaid worden en vooral, het behoren tot mainstream, was dit wat Nirvana als streefdoel had? Cobain kwam, zag – weliswaar met afschuw – en overwon – eveneens met een romantisch en wrang gevoel van weemoed. De klein kelders die hij ooit samen met zijn twee vrienden platspeelde hadden plaatsgemaakt voor grote festivals als Reading et cetera. Tot hun gevolg – lees: fanbase – behoorden niet langer enkel de echte diehards, neen, ook kuddebeesten en desillusionele zieligaards en een schaarste vrouwen die zich meer bekommerden om de muzikanten en hun extrinsieke waarde als om de muziek die ze produceerden.

Trop is trop but oh – nevermind. Maart 1990. Andrew Wood – zanger van Mother Love Bone – geeft zich over aan een van de minder acceptabele geneugten van het muzikant zijn en schenkt zichzelf een golden shot. Eyemark. Zag geen uitweg meer. Zijn band was gegrepen door het fenomeen populariteit en de daar bijhorende managementtirannie. In short: gepluimde anti-commercialisten. Geleefd worden zonder enig besef van zin. No pain, no glory. No mission, no reason.

Mensheidsgetrouw sloeg de zin naar iets nieuws over op het grote publiek. De grunge-hype bleef. Doch diende Nirvana en anderen of zichzelf bij te polijsten of plaats te maken voor het ietwat meer gereguleerde. We gaan geen namen noemen. Geen stenen werpen. Versplintering en kentering doen wat met een mens en niet veel later zou de double used Cobain zijn als laatste rustplaats geldende garage opzoeken. We schrijven april 1994. En met zijn dood verdween de hype ook helemaal. De laatste grote grungies lieten hun muziek uitdeinen en weg was het. Hoewel. Vele nieuwe in het grunge-vak kwamen er niet. Maar de oude blijven invariabel aanwezig.

En verder? Terwijl de oldthoughs blijven vasthouden aan het feit dat er een nieuwe opgang van de alternatieve rock aan de gang is – we denken aan The Babyshambles, The White Stripes et cetera –, een nieuwe revolutie in de maak, dienen we toch ook een realistische blik op de toekomst te werpen. Door het bestaan van multimedia-apparatuur als computers en daarbij horend het internet, smartphones, mp3 en andere zijn culminaties mogelijk. Maar gaat u nog meereizen met uw favoriete band van kroeg tot kelder en verder om hen te volgen in hun weg naar de relatieve top? En oh, gaan de groepen zelf nog zo extreem ver gaan om toch maar enige vorm van overleven te vergaren, op tour zijnde, slapende tussen de ratten, in krakende panden en tussen de junks – met een beetje geluk in een schamel tourbusje dat ze even konden lenen van een nonkel of aangetrouwde neef? Dit alles be-leven als eigenlijk alles snel snel gefikst kan worden door slechts enkele muisklikken? Ik dacht het niet.

Grunge bracht een revolutie teweeg. En er waren er nog. Maar ik zit al menig wat woorden ver. En hoogstwaarschijnlijk haakte u al af bij een van de voorgaande iets te romantische – in zijn kunstzinnige significatie – uitspraken. Wat ik zeggen wil. Een computer mag dan wel een gigasensationele uitvinding zijn op vlak van technologie. Voor de muziek maakt het dat de belevings- en expertisekracht van het muzikant en fan zijn een beetje verloren gaat en het vroeg of laat een doodsteek zal toebrengen aan de magie omheen dit alles.

Come on everybody
Smile on your brother
Everybody get together
Try to love one another right now

When I was an alien
Cultures weren’t opinions

Gotta find a way
To find a way
When I’m there
Gotta find a way
A better way
I had better wait

[Territorial Pissings by Nirvana – Nevermind (track 07) – 24th of September 1994]

Advertenties