Pukkelpop 2011 – There is a light that never goes out

door harohnny

‘Pukkelpop diasaster’, ‘Stage collapses at Pukkelpop 2011’, ‘Pukkelpop storm: from inside!’. Tientallen, ondertussen wel al honderden zoekresultaten toont Youtube bij het intikken van de eenvoudige woorden ‘Pukkelpop 2011’. Je verwacht live fragmenten van The Best of You, Lose yourself en Mother earth. Je verwacht zomerse reportages vol vreugde, zatte mensen en de typische Pukkelpop sfeer van ‘doe waar je zin in hebt en enjoy’. Je verwacht geen nieuwsflash met de boodschap: minstens vijf doden op Pukkelpop 2011, nog drie mensen vechten voor hun leven.
Je verwacht geen beelden van een instortende tent waar mensen uit vluchten, rennend voor hun leven. Paniek, vooral shock om deze plotselinge wending.
Genietend van The Wombats, zwetend en puffend, hopend om niet flauw te vallen van de hitte, dacht ik nog hoe geweldig de weergoden ons gezind waren dat ze ons twee jaar op rij een zomerse Pukkelpop wilden geven, een Pukkelpop om nooit meer te vergeten, zoals we dat gewoon zijn. Gevolgd door Explosions In The Sky, klagend over de veel te luide bas, niet beseffend dat dit het laatste volledige concert was dat we onbezorgd zouden meemaken, niet beseffend dat we nog geen uur erna tegen elkaar zouden zeggen: ‘we hebben een mooi leven gehad, het is goed geweest nu’, half lachend maar vanbinnen stervend bij het steeds harder zien slaan van de wind op de metalen constructies van onze Clubtent. Niet beseffend dat er echt wel explosions in the sky onderweg waren. Dat nog voor 18:20, het moment waarop Miles Kane het podium op kwam zwaaien, lachend en handjes schuddend van de hordes fans, blij en verrukt dat ze front row waren geraakt, en hij even snel werd verrast door een securityman die hem kordaat het podium af haalde. Een nog hevigere windstoot, er komt hagel en regen door de tent, palen en masten zwaaien heen en weer, terwijl ze vechten tegen de verwoestende kracht van de combinatie wind-regen-hagel. ‘Het is als een zonsverduistering’, zegt iemand in een filmpje terwijl hij gadeslaat hoe een boom de Grimbergentent binnenvalt. De videomast valt om, een aantal mensen krijsen maar we blijven kalm, en terug beseffen we niet dat op een paar honderd meter mensen verpletterd worden door een instortende tent, omvallende bomen en lichtpalen.
Tenten en podia worden ontruimd, en pas bij het buitenkomen dringt de realiteit tot ons door. Geen enkele tent staat nog recht. De ‘Pukkelpop’- letters zijn symbolisch op de grond neergestord, op de plaats waar we de avond ervoor nog staan lachen hebben en foto’s stonden te trekken, onwetend – ik herhaal het nog maar een keer – van de nachtmerrie die ons de dag erna te wachten stond. Bomen liggen afgeknakt omver, sommigen op eetkraampjes, anderen op tenten, waar er hier – helaas zou je bijna zeggen – en net als op elk ander festival, oneindig veel van zijn.
Hurricane passed by. En dan begint het. Gsm-netwerk overbelast. Je telt de laatste blokjes batterij die je gsm nog rest. En je vloekt. En hoopt. Hopen. Dat is het enige wat je op zo’n moment doet. Hopen dat je vrienden okee zijn. Hopen dat er enkel materiële schade is. Angst. Nog niet goed beseffend wat er gebeurd is. Iedereen roept, tiert, rent en gilt. Je vrienden zijn nagenoeg allemaal onbereikbaar plots. Je beste vriendin loopt naast je. Je houdt elkaars hand vast, in de hoop die enige houvast toch maar niet te verliezen hier en nu. Wat het hoogtepunt van je jaar, het feestmoment na 6 jaar middelbaar te hebben doorkruist zonder al te veel kleerscheuren wordt in amper een kwartier weggeblazen.
En steeds weer hetzelfde dat door je hoofd gaat. Paniek en gegil. Het luide kraken van de tent. Zijlen scheuren. De wind raast als een verwoestende machine over de weide. De tent waaronder je schuilt houdt stand. Maar hoelang nog? Beelden schuiven voor je ogen.
Mensen lopen. De camping. Hopen dat je daar je vrienden zal aantreffen. Dat de schade daar misschien toch niet zo groot zal zijn. Je staat tot je knieën in het slijk. Dranghekkens, takken, stukken eetkraampjes, ijzeren balken, halve bomen, doorweekte mensen… Alles verspreid. Een vuilgroen-bruin gekleurde hemel wordt verlicht door de laatste bliksemschichten van de temporele storm.
Doorheen het terrein naar de camping ploeterend en bij het zien van steeds meer en meer schade wisselen we een veelbetekenende blik met elkaar. Het besef groeit dat we eigenlijk nog massaal veel geluk gehad hebben. Het woord apocalyps doet vele gesprekken vol weemoed, ontzag en vrees stilvallen. De camping nadert. Onze tenten naderen.
Huilende en verbijsterde mensen. Mijn hart gaat tekeer. Ik klaag voor de eerste keer in mijn leven niet over mijn vintageshoes waarvan de bloemenprint niet eens meer zichtbaar is. We ploeteren verder. De blauwe-witte zwaailichten van aan- en afrijdende brandweerwagens en ambulances steken af tegen de inmiddels donkergrijs geworden hemel.
De tent. K zwaait. Onze voormalige oriëntatiepunten werden reeds meegesleurd door de wind. Thank God.1 vriend reeds gespot. De zoektocht naar de andere kan beginnen. Angst. Beklemming.
Tenten droog. Maar. Een tent. Wat is een tent? Een tent kun je opnieuw opzetten. Je kan er het water er uitgieten. Opgelost. What does that matter? De wonden die de wind op het festivalterrein sloeg zijn moeilijker te helen. En dat voelt iedereen. Voetje voor voetje sijpelen de andere festivalgangers binnen op het kampeerterrein. Niemand beseft momenteel echt wat gaande is. De waves volgen elkaar op en iedereen probeert er nog een beetje de sfeer in te houden. Het is 19h. En de storm is zo goed als over. Hoewel. Security waarschuwt. Over een half uur moet iedereen van onder de boven vandaan. Een nieuw onweer komt onze richting uit. Fijn.
Waar blijft iedereen? Angst bekruipt je hele lichaam. Voor het eerst wordt over dodelijke slachtoffers gesproken. Een voor een komen onze medefestivalvrienden op ons – de dag ervoor nog haast voor gevochten – denkbeeldige binnenpleintje aan. Dubbel gevoel. Je vrienden zijn terecht. Maar er zijn doden. Je wilt zo snel mogelijk weg. Nu. De lucht kleurt steeds donkerder. De regen is er opnieuw. Alles wordt nog sompiger. En iedereen wordt steeds onwetender. Geruchten. Informatie verzamelen. Je ouders inlichten. Mensen geruststellen. En samenblijven. Dat vooral. Klinkt misschien melig. Maar op zo’n momenten besef je pas wat je aan elkaar hebt. Wat je voor elkaar betekent.
Slopend. Wachten op ouders. Het gevoel blijft dubbel. Je bent blij. Je kan naar huis. Maar toch. Wat je zag, hoorde en voelde blijft moeilijk. Je gsm blijft onbruikbaar. Je andere vrienden zijn nog steeds onbereikbaar. Hopen. Reeds enkele uren. Hopen hopen hopen. Vanzelfsprekende zaken lijken plots heel wat minder vanzelfsprekend. Inpakken. Camping verlaten. Rugzakken vol bevuild materiaal. Een hoofd vol tegenstromende emoties. Beseffen dat je alles nog niet beseft. Het vatten is voor later.
Ouders. Bezorgde blikken. Vragend. In de auto zitten en kijken. Je gsm blijkt weer te werken. En dan komen de vele berichten. ‘Hé, alles ok daar?’ en ‘Are you still alive?’. Alive en ok. Dat wel. Maar verder? Rien. Rien de rien. Wij zijn ok. Maar zij die daar het leven lieten? De gewonden. Het blijft nazinderen.
Terwijl we vroeger concertzalen en festivalterreinen tot onze favoriete biotoop rekenden, lijkt de drang om daar nu nog eens heen te gaan tijdelijk maar volledig te zijn verdwenen. Want wat daar gebeurde blijft onvatbaar. Niet te snappen. Op 10 minuten veranderde het leven van talloze mensen.

And then there’s not much more to say at the moment. De impact van de storm valt nog steeds niet volledig te voorspellen. Verwijten is eveneens niet aan de orde. En ook de vraag of dit alles had kunnen voorkomen worden gaat maar beter op in nietigheid. De vraag of Pukkelpop volgend jaar nog bestaat is iets waar velen zich nu over buigen. Wel. We hopen het van harte. Maar laten we eerst aan de slachtoffers en de nabestaanden denken. Laat hun rusten in vrede en rouwen. Laat de organisatie en security doen wat moet nu en hen dan ook even op adem komen. Laat iedereen gewoon vatten wat eigenlijk niet te vatten valt.

Advertenties