After every party I die – by Bo V

door harohnny

Ken je het gevoel gevangen te zitten in een zwembad vol verschaald bier en modder, vermengd met een vierdagen oude zweetgeur en uitlaatgassen van bepaalde niet zo legale rokende objecten terwijl je ook nog eens van bovenuit bekogeld wordt met niet nader definieerbare substanties van bedenkelijke aard? Doe daar nog een portie slaaptekort van vier nachten bij, knieën die niet meer weten dat ze ook kunnen plooien en voeten die het niet natuurlijk meer vinden geen grond onder zich te voelen. Combineer dit alles met de meest geweldige muziek van ‘s middags tot ‘s morgens – in ons geval van ‘s avonds tot ‘s morgens, een mens moet ook eens kunnen roddelen, eten, zuipen en boodschappen doen (schrap wat niet past) en de bijbehorende stonede mensen, ook van ‘s middags tot ‘s morgens – ze moeten ook eens slapen, de stakkers. De oplettenden onder jullie zullen het zeker al geraden hebben, dit was het Dour Festival – de anderen zijn gewoon achterlijk of hebben nog te veel genotsmiddelen in hun uitgeputte lijf. Dour staat voor geen regels, geen taboes, geen zorgen. Je mag absoluut halve liters bier binnensmokkelen op de wei, je hoeft je stuff helemaal niet in een luchtledige verpakking te steken om geurtjes te vermijden, je mag de winkelkarren van de Colruyt zeker lenen om je gerief mee te vervoeren en achterlaten aan de streng bewaakte ingang, het is niet verboden om handel te drijven en van tent tot tent te gaan met een rugzakje vol koopwaar – of je plakt gewoon een affiche op je rug in vier talen, in de reclamewereld moet met creatief zijn -, niemand heeft er problemen mee dat je ‘s nachts op een nagenoeg stille camping in een vreemde tent de stereo op maximum volume zet en campinggangers wonende in een omtrek van een vierkante kilometer kunnen genieten van een prachtige Franse chanson, het is echt niet illegaal om van twee trienen die nauwelijks omkijken naar hun drie flessen pisang er eentje te redden en achter elkaars rug – we willen geen vetes tussen ouders en pleegouders, denk altijd aan het welzijn van het kind – binnen te kappen en het is nog minder verkeerd om in een net nog niet tot de rand volgepropte dixi een Harohnnyhandtekening achter te laten, net zoals dat op een geluidspaal ook helemaal niet verboden is. Je merkt het: alles mag, kan en gebeurt ook werkelijk. En wie zijn wij om daar tegenin te gaan, genietend van de spastische moves op Kap Bambino, de vreugdevolle sfeer bij Foals, de zomerse dansjes bij Arsenal, de polyvalente drummer van Blood Red Shoes, de gesprekken over het weer als de rapper van Pendulum weer zijn mond niet kon houden – wat een wijf – en de niet te missen schuivertjes in de modder waarbij iedereen hetzelfde doel nastreeft, namelijk niet tegen de grond gaan. Wie zijn wij om achteraf als we erop terugkijken te denken: was ik maar niet geweest, dan was ik nu niet zo moe, kapot, onderkoeld en bovenal extreem gelukkig?

Advertenties