On holiday I – by Aïda G

door harohnny

Ein-de-lijk. Na weken – wat zeg ik – maanden van zwoegen en zweten, puffen, kuchen en roffelen is het dan toch zo ver. Va-va-va-va-vakantie. Daar ik een goeie 2 weken geleden nog dacht dat ik dit moment nooit zo bereiken – jawel, vroegtijdige afbraak van het verhaal – nog voor de climax bereikt werd – en dat een sprong van op één of ander dak me ervan zou weerhouden hier nu te zitten  tussen de bloemetjes en de bijtjes – letterlijk – kan ik nu niet anders dan concluderen dat die toenmalige illusie getransformeerd is in een moderne realiteit. In die voorgaande weken van mensonwaardige praktijken zoals koffie-intoxicaties, nachten zonder slaap – of toch heel weinig – en helaas niet veroorzaakt door de laatste trein naar huis te missen en dus verplicht te zijn door te gaan tot het bittere einde, door te feesten tot het ochtendgloren je ondertussen ietwat uitgeputte lichaam begint voor te bereiden op een nieuwe dag, je hersenen er op attent maakt dat de tot dan toe veroorloofde simpelheid weldra naar Buchenwald of where-ever dient verbannen te worden en last but not least je misschien toch een welverdiende zoektocht naar koffie inlast, je je haar fatsoeneert en misschien ook wel die gruwelijke vlek veroorzaakt door tot een uur of vier welsmakende en later kotsneigende wijn  van je favoriete vintage shoes tracht te verwijderen. Heftig.

Om verder te gaan met waar het eigenlijk allemaal om draait – vakantie dus. Waarom eigenlijk Karinthië (lees: het Oostenrijkse Italië)? Wetende dat ik beschik over een panische angst voor gedesoriënteerde Nederlanders, iets te gele chinezen en mislukte beach boys kwam ik via volgende gedachtegang tot de conclusie dat er weinig anders rest dan dit selecte gebied om echt vakantie te nemen (rekening gehouden met het feit dat échte zen vakantie in UK onmogelijk is en Amerika relatief duur uitvalt om er dan ook werkelijk enkele weken niets anders te doen dan te niksen, niets te doen en ter afwisseling weer eens te niksen – hooguit de berg eens afglijden om een feestje te bouwen). Tropische temperaturen: check. Maar écht tropisch wil ook zeggen: verhoogde bacteriegroei (mes excuses voor mijn toegepaste – eigenlijk beperkte – biologische kennis – hij lijkt voor de eerste keer in mijn zes jaren wetenschapsopleiding nuttig te zijn). Poelen van ziektekiemen zijn eigenlijk het best te vermijden, dus liever geen Thailand, Dominicaanse Republiek of andere in de reisfolders iets te hemels voorgestelde vakantiebestemmingen. Eens nagedacht wat voor bacteriën en andere ongewenste maar helaas toch aanwezige diertjes daar rondhuppelen? Een kort contact met een lichtschakelaar of knopje in de lift kan al genoeg zijn om een aanval van dat voorgenoemde ongedierte mee te maken. Om nog maar te zwijgen over de hoeveelheid microscopisch kleine wezentjes die te vinden zijn onder de vingernagels van de hotelbaliebediende die je je ticket naar het zogenaamde paradijs overhandigd. Dangerous.

Europees houden dan maar? Niet altijd even vanzelfsprekend. Met de economische ietwat mondiaal wordende crisis in Griekenland is het land der oude goden ondanks de lage prijzen om heen te reizen misschien ook niet zo aangenaam om in te vertoeven. Wat dan met het gebied rond de Middellandse Zee? Zen, I said. Feestende Hollanders: check, zatte à la Oh Oh Cherso party people: double check. Waar zijn die handjes: op uw gezicht, waar zijn die tandjes: op de groooooond. Sorry. Maar neen, serieus, pootje baden in de o zo befaamde Mediterranée? Liever niet. Wetende dat uw rioolwater en mijn rioolwater daarin samen komen en een wij gaan vormen – insider – heel mooi, misschien zelfs ietwat emotioneel maar toch net niet betraand genoeg om me ervan te overtuigen ooit met één voet nog in zoiets te gaan zitten/zwemmen/hangen. Misschien wat cru – zelfs decadent – gesteld, maar verwijzend naar mijn eveneens panische angst voor die mislukte beach boys et cetera is het toch niet mogelijk om een namiddagje op dat heerlijke – vol bacteriën zijnde – strand en die vol beestjes zittende zee te overleven zonder minstens één hysterische aanval of manische depressie. Sorry. Geheel sorry.

Noord-Europa dan maar? Tropische temperaturen herleid naar relatief warm: check. Door het nog steeds subtiel heersende communisme bij Mother Russia is het echter niet zonder gevaar om er als blogschrijver heen te reizen – tenzij u de volgende Harohnny graag krijgt vanuit de goelag – neen, geen naar vreemdsoortige zaken smakende veel te zoute brij die hier de naam goulachsüppe krijgt – ontvangt, is de optie Rusland bij nader inzien echter ook geen optie meer – eerder een regelrechte executie.

IJsland? Door ontleding van de eigennaam itself kan hier relatief warm niet worden aangevinkt. Noorwegen, Zweden? Nah. Estland, Letland, Litouwen? Nah nah. Later liever, met meer vrijheden – minder parentale ogen en betere weerstand. Eveneens geldend voor volledig Oost-Europa. Ooit zeker eens, maar dan met een kleine gehuurde schrootbak en wat vrienden, liefst reizend van plaats naar plaats, overnachten in jeugdherbergen en bij oude bekenden, nachtjes doordoen, Sziget meepikken misschien en liefst ook wel wat andere optredens bijwonen, doorgaand in de plaatselijke underground scène.

Wordt vervolgd –

Advertenties