Cape cod kwassa kwassa – by Bo V

door harohnny

Je koffers pakken. Je koffers maken. Je koffers aan de deur zien staan en weten dat je wordt buitengeschopt als de eerste de beste tijdens het snuiven betrapte drugsverslaafde die je uit medelijden in huis had genomen als hij beloofde nooit meer dat organenvretende verderfelijke spul aan te raken. Koffers pakken kan dus meerdere bijklanken hebben. Het kan geheel onschuldig geïnterpreteerd worden, het is een uitdrukking die in elke context een heel andere polysemiek heeft. Je koffers pakken om op vakantie te vertrekken, naar exotische oorden met hete beachboys, zongebruinde chicka’s en hagelwitte stranden vergezeld van een azuurblauwe oceaan. Je gaat er -terecht – vanuit dat het een geweldige feestvakantie wordt met kilo’s zon en bijbehorende liters zonnecrème factor 10 omdat je – onterecht – hoopt dat je zo sneller zal bruinen en – nog meer onterecht – hoopt dat je niet zal verbranden (er is hier een kreeft in de maak). Er is ook nog een ander soort koffers pakken. Het soort van: ik pak mijn koffers, stap de trein op en weet niet waar ik zal eindigen, sterker nog, óf ik ooit zal ergens eindigen. Beetje à la Into the wild, maar dan zonder de heerlijke deuntjes van Eddie Vedder en zonder het dramatische einde waarbij je sterft door het eten van een giftige plant – sorry voor de mensen die dit meesterwerk van Sean Penn nog niet gezien hebben. Ik wil niemand bang maken, dit is louter fictie en de kans dat je een giftige plant eet als je in hartje alaska rondzwerft zonder enige vorm van levend wezen met een temperatuur lager dan -30°C is ongeveer zo groot als de kans dat je in de woestijn tien uur overleeft zonder enige vorm van drinkbaar water en een zandstorm die op je afraast. 
Er is echter nog een vorm van koffers pakken, mijn persoonlijk favorietje trouwens. Alhoewel koffers niet het juiste woord is. Een trekrugzak met slaapzak waarbij je op je hurken moet gaan zitten om hem op je rug te krijgen, hopend dat je niet omvalt als een of andere snoodaard je een duwtje geeft, is een beter woord. Inhoud: oordopjes, een halve kleerkast – het blijft me verbazen hoeveel daarin kan als je erop gaat zitten-, granenrepen om je tussen de vele bicky’s en aiki noodles toch het gevoel te geven dat je gezond eet, muggenstick, een luchtmatras die je toch niet zal gebruiken omdat ze in het midden van de nacht plots om onverklaarbare reden leegloopt, droogshampoo en een hoop overbodige bucht die ervoor zorgt dat je vier dagen lang met een verschot in je nek loopt. Welkom op de festivals (en de bijbehorende ‘watsteekikinmijnkofferproblemen’).
Terwijl ik A lastigval over mijn kledingproblemen, vermoed ik dat J en S met dezelfde zorgen te kampen hebben. Met het gevoel dat ik er niet alleen voor sta en om deze ‘zorgen’ even van me af te zetten, besluit ik het over een andere boeg te gooien. Laten we ons haar eens henna’en.

Advertenties