Lege woorden op momenten van zwakte – by Aïda G

door harohnny

Terwijl J op de achtergrond de gitaren stemt en R een poging doet enkelingen de laatste rifjes te leren spelen doe ik een inspanning mijn ogen open te houden. 21:47. Over stipt 13 minuten (als dit maar geen ongeluk brengt) moet ik via het trapje des doods het podium betreden en het resultaat van toch reeds menig wat jaren muziekles gaan tonen aan een publiek dat eigenlijk wacht op een topprestatie van hun zoon of dochter die zonet zijn eerste jaartje gitaarles bijna voltooid heeft en voor de zekerheid (kwestie de schijn hoog te houden) toch nog wordt bijgestaan door een drietal meer ervaren gitaristen zoals R, E en mezelf. De gedachte aan mijn beginjaren als gitarist doen me gniffelen. Ik was zes en ging iedere zaterdag en woensdag verplicht naar de muziekles. Ruim twee uur en een half notenleer. Daarbij kwam nog een uur gitaarles. Klassieke gitaar. Vijf jaar hield ik het vol. Ik verscheepte mijn instrumentarium en maakte ik een wekelijkse uitstap naar Bavegem. Vrijheid primeerde. Niet langer dag in dag uit oefenen op verf*ckte stukjes die bij nader inzien toch niet zo goed uitkwamen wanneer er een basgitaar of drumstel aan te pas kwam. Mhm.

Er lijkt wel degelijk een luchtig sfeertje te hangen in de ruimte gelegen achter het podium. Hoewel het voor velen een eerste keer is dat ze het podium zullen betreden staat er geen rijtje musici aan te schuiven om werk te maken van het uit het lichaam verwijderen van de beginnersspanning en zodus hun maaginhoud te ledigen boven een beschilderde pot. (Jawel. Wij kwamen ooit op het idee het toilet te schilderen. In rood en zwart. Blauw en geel om hier en daar een attribuut te accentueren.) Sterk. Iedereen lijkt zo zijn eigen gewoontes te kweken in van die muffe ruimtes op van die stressy momenten. Dit allegaartje van debutanten lijkt echter meer te voelen voor de wijn die duchtig wordt uit geschonken door R die net zoals ik wél last heeft van nervositeit. R is meester in het vak. En laat het vak zijn duplexe betekenis maar behouden. Gitaar spelen én afterparty’s houden.

Damn. Ik voel me oud. Een emotie waar ik reeds eerder deze week al een aanvaring mee had. Zo’n goeie vierentwintig uur geleden was ik net begonnen met het vieren van mijn laatste honderd dagen die ik nog diende door te brengen in mijn bruin uniform op dat kasteel diep verscholen in het bos. Het bracht een duaal gevoel met zich mee. Terwijl ik enerzijds snak naar een (volledig) vrij leven in Gent steekt ook angst voor verantwoordelijk en écht oud worden de kop op.

De glazen klinken nog een laatste maal voor het begin van het optreden en zij die op de eerste rij zullen zitten stijgen op naar spannendere oorden. Zweetdruppels vervuld van stress en agitatie verschijnen op de voorhoofden. Onze poulains blijken dus ook niet meer als betere acteurs te zijn – hun melkbaarden – daarnet nog verscholen achter een façade van lichte arrogantie en durf – dagen op.  

Advertenties