There’s no place like home – by Bo V

door harohnny

Het enige wat ik als schrale troost kan bedenken na een dagje shoppen – een veel te groot woord voor de vijf winkels die er zijn-  in my hometown is: je kiest niet waar je geboren wordt. Je plaats van afkomst is een vaststaand feit, en waar je ook heengaat, je zal altijd op de een of andere manier verbonden zijn met de plek waar je bent opgegroeid van een blètend labiel wezen met een fopspeen (of tuute zoals ze dat in my hometown noemen) tot een volledig ontwikkeld wereldlijk burger die klaar is om zijn talenten te ontplooien en de rest van de wereld hiermee te imponeren. Prachtig,toch ?! Je zou er bijna nostalgisch van worden. Maar je mag het mij niet kwalijk nemen, hoe goed mijn lieftallige voogden hier ook in geslaagd zijn en mij tot een bijna volmaakt persoon hebben geschapen, soms denk je wat je ooit misdaan hebt om zo’n onderbeschaafde omgeving te verdienen. Zoals na deze dag dus. Ik heb er niks op tegen dat mensen zichzelf zijn, integendeel, je moet je eigen stijl en voorkeur niet onder stoelen of banken stelen. Spread the world, zou A zeggen. Helemaal akkoord. Maar een kappersbezoekje om die uitgroei bij te werken kost echt niet zoveel moeite, en vrouwen met een snor is totally not done. Net zoals het gemeentepersoneel met een bierbuik, een hawaïhemd dat iets te ver open staat met het bijpassende grijze borsthaar, verstrengeld in een gouden ketting mooier opgeblonken dan hun gele rokerstanden, vind ik het onverantwoord dat een ‘winkeldame’- met haakjes want bij het beeld van een winkeldame stel je je hoogstwaarschijnlijk wel iets anders voor dan het beeld dat ik nu ga beschrijven- tanden heeft met de kleur van beschimmelde stoofvleessaus van een door de voedselinspectie gesloten frituur, die alle kanten op staan, waarna je blik al snel naar boven getrokken wordt om de uitpuilende neusharen te bewonderen en je tegelijkertijd niet mag vergeten dat je absoluut niet mag inademen, kwestie van niet ter plekke in zwijm te vallen – en nee, niet voor haar mooie etterende ogen.
Voor diegenen voor wie het nog niet griezelig genoeg is, ik kan nog wek wat verder gaan als je wil.
Aan de kassa bij de plaatselijke supermarkt doet een jong koppel met een zoontje hun wekelijkse boodschappen. Vertederend, niet? Natuurlijk, als je houdt van een piercinggezicht, zwarte en witte lokjes, fonkelend witte sportschoenen, panda- ogen en een accent waar ik de rillingen van kreeg – het was nochtans geen Antwerps – op deze stralende lentedag. Excuseer mij, maar er zijn grenzen, en nee ik ben niet gepensioneerd en behoor nog steeds tot de jeugd van tegenwoordig. Op dagen als deze is mijn liefde voor my hometown op de buiten ver te zoeken. Frisse lucht, fluitende vogeltjes, overal groen waar je kijkt? Misschien als je houdt van de geur van mest, krijsende beesten die je ‘s morgens om 7u (in het weekend!) uit je bed halen en bemoeizuchtige buren die zelf geen leven hebben en het jouwe komen pikken. Leve de stad!

Advertenties