h a r o h n n y

An online artificial outing of extremely unreasonable sense, so as to be foolish or (not) taken serious. Written by Bo V and Aïda G.

Lords of the Beer – part II

By Frederik M


Het is woensdagmiddag en ik ga dan maar eens beginnen aan, hoe ze dit hier zeggen, “een goe bierken”. Een geuze van Jackobins die wonderwel (bijna) twee jaar overleefde in het aards vagevuur voor bier: mijn kelder. Een fles die voorbehouden was als prijs voor een weddenschap, maar aangezien vorige week verlies mij onmogelijk werd, zou het zinloos en onmenselijk zijn dit brouwsel  de eenzaamheid van mijn kelder te gebieden. En waarom dan Geuze? Ik zou hier een uitgebreide uiteenzetting kunnen doen over het maken en de geschiedenis van de Geuze, maar er zijn mensen (zoals wikipedia.org) die dit al eerder en duidelijker gedaan hebben. Hetgeen mij zo fascineert is dat de naam Geuze niet voor één bepaalde biersmaak staat, maar een groot smakenpallet beschrijft: van zuur, zoet, bitter tot fruitig en alle nuances hiertussen. Dit is de reden waarom verschillende Geuzes mij kunnen smaken.

Het eerste wat opvalt, is dat het een amberkleurig bier is dat een zachte, zoete geur verspreidt. Men proeft eerst en vooral een vrij zoete smaak met een licht zuur karakter die overgaat in een zuurdere smaak. De nasmaak die daarop volgt is een volle karamellerige nasmaak. Deze magische smaakbeleving was het wachten zwaar de moeite waard.

Advertenties

There’s no place like home – by Bo V

Het enige wat ik als schrale troost kan bedenken na een dagje shoppen – een veel te groot woord voor de vijf winkels die er zijn-  in my hometown is: je kiest niet waar je geboren wordt. Je plaats van afkomst is een vaststaand feit, en waar je ook heengaat, je zal altijd op de een of andere manier verbonden zijn met de plek waar je bent opgegroeid van een blètend labiel wezen met een fopspeen (of tuute zoals ze dat in my hometown noemen) tot een volledig ontwikkeld wereldlijk burger die klaar is om zijn talenten te ontplooien en de rest van de wereld hiermee te imponeren. Prachtig,toch ?! Je zou er bijna nostalgisch van worden. Maar je mag het mij niet kwalijk nemen, hoe goed mijn lieftallige voogden hier ook in geslaagd zijn en mij tot een bijna volmaakt persoon hebben geschapen, soms denk je wat je ooit misdaan hebt om zo’n onderbeschaafde omgeving te verdienen. Zoals na deze dag dus. Ik heb er niks op tegen dat mensen zichzelf zijn, integendeel, je moet je eigen stijl en voorkeur niet onder stoelen of banken stelen. Spread the world, zou A zeggen. Helemaal akkoord. Maar een kappersbezoekje om die uitgroei bij te werken kost echt niet zoveel moeite, en vrouwen met een snor is totally not done. Net zoals het gemeentepersoneel met een bierbuik, een hawaïhemd dat iets te ver open staat met het bijpassende grijze borsthaar, verstrengeld in een gouden ketting mooier opgeblonken dan hun gele rokerstanden, vind ik het onverantwoord dat een ‘winkeldame’- met haakjes want bij het beeld van een winkeldame stel je je hoogstwaarschijnlijk wel iets anders voor dan het beeld dat ik nu ga beschrijven- tanden heeft met de kleur van beschimmelde stoofvleessaus van een door de voedselinspectie gesloten frituur, die alle kanten op staan, waarna je blik al snel naar boven getrokken wordt om de uitpuilende neusharen te bewonderen en je tegelijkertijd niet mag vergeten dat je absoluut niet mag inademen, kwestie van niet ter plekke in zwijm te vallen – en nee, niet voor haar mooie etterende ogen.
Voor diegenen voor wie het nog niet griezelig genoeg is, ik kan nog wek wat verder gaan als je wil.
Aan de kassa bij de plaatselijke supermarkt doet een jong koppel met een zoontje hun wekelijkse boodschappen. Vertederend, niet? Natuurlijk, als je houdt van een piercinggezicht, zwarte en witte lokjes, fonkelend witte sportschoenen, panda- ogen en een accent waar ik de rillingen van kreeg – het was nochtans geen Antwerps – op deze stralende lentedag. Excuseer mij, maar er zijn grenzen, en nee ik ben niet gepensioneerd en behoor nog steeds tot de jeugd van tegenwoordig. Op dagen als deze is mijn liefde voor my hometown op de buiten ver te zoeken. Frisse lucht, fluitende vogeltjes, overal groen waar je kijkt? Misschien als je houdt van de geur van mest, krijsende beesten die je ‘s morgens om 7u (in het weekend!) uit je bed halen en bemoeizuchtige buren die zelf geen leven hebben en het jouwe komen pikken. Leve de stad!

Ode aan de impressie, spijtbetuiging aan hen die ik ooit liet wachten – by Aïda G

Lopend, pronkend met mijn nieuwe vintage-shoes beweeg ik me door de massa – grotendeels bestaande uit zakenmensen die er net een toch al late lunchpauze opzitten hebben en zich zuchtend opnieuw naar hun bureautje sleuren om de laatste taken van de dag op kantoor of ergens god weet waar te verrichten. Hier en daar een student – waarvan de meeste met muziek in de oren. Een oude dame die met haar hondje – als je een levend (?) wezen gelijkend op een rat maar toch geen rat zijnde met een hond al kunt vergelijken – zittend op een bankje naar andere mensen staart. Merkwaardig. Zelfs in tijdsnood let ik op zo’n zaken. Tijdsnood. Gniffel. Chaoot eersteklas – mezelf – diende hier drie uur eerder voorbij deze intussen eveneens op de bank zittende hond/rat en zijn baasje te wandelen. Gedreven door zo’n voorgevoel van toevalligheid, zelf wetende dat er een voor eeuwig heersende chaos in mijn hoofd wentelt vergat ik een afspraak na te komen die ik deze morgen – tussen de koffie, de krant en een busrit door vastlegde. Congrats. Elke keer weer speel ik het voor mekaar te laat te komen. “C’est mon côté frimeur” zoals J het zou zeggen. Met zijn momenten is het medelijden wekkend. Vooral voor hen die zitten of ooit zaten te wachten – vooral voor het mensgrote levende wezen dat momenteel al een uur of drie op haar (té late) lunch zit te wachten.

Mijn tempo – intussen opgedreven – zorgt ervoor dat de gezichten van de kruisende mensen allemaal op elkaar gaan lijken. Beangstigend. Menselijke trekken glijden in een gloed van haast en drukte weg in de diepte van de stad. Alsof ik omringd word door lege hulzen. Inhoudsloos. Doelloze crossing-over in een multicultureel oord.

Melancholie laait op. Ik word te sentimenteel en gevoelig. Hoewel. Het verraadt een van te grote gevoeligheid maakte mij minder receptief. Zo gaat dat nu eenmaal als je het jezelf steeds te moeilijk maakt. Als je leeft met fidele chaos in je hoofd. Dan ontdek je tot scha en schande dat sensibel zijn niet altijd voordelig is. Voorzichtiger worden, dat doe je. Maar toch niet cynisch noch bitter. Dat nooit. Oh nooit.