Beangstigende veralgemening in Belgische Kunstwereld – by Aïda G

door harohnny

4000 euro. Zoveel betaalde ene zekere Amerikaan voor een doek van vijf op vier (meter!). Wat er op stond? Een liggend jongetje, in de koude, met sneeuw rond z’n oren, een muts op en gummilaarzen aan zijn voeten. Omringd door een walm van krullen, snaps, sneeuwvlokken en tags. En als we er een genre moeten opplakken. Graffiti. Het werk hing in een kunstgalerij te Brussel. Was geveild voor zo’n 2000 euro voor het goede doel. De galerijhouder wist dat hij een risico nam door dit werk aan te kopen en zijn bovenliggende bedoeling was dan ook niet meer dan een poging doen zijn geweten te sussen. Zijn ietwat overdecadente levensstijl stak nogal lichtjes af ten opzichte van die van hen uit de derde wereld aan wie de winst van de steunactie beloofd was.

Nu goed. Vanaf januari hing dit werk te pronken in de grote inkomhal van de galerij. Bezoekers keken verrast. Graffiti? Kunst? Vandalisme? Kunst? Jawel, het conservatieve gevoel van de met oogkleppen bezette Belg kwam weer volledig naar boven. Zelfs kunstkenners keken nogal sceptisch neer op dit werk. Ietwat teleurgesteld keerde ik menig maal terug naar huis. In dit werk had ik samen met mijn vrienden mijn hart en ziel gestoken. Onze bedoelingen waren eerlijk. Wij wilden met onze kunst iets bereiken. Mensen helpen met het geld dat onze ideeën opbrachten. Of wij iets fout deden? Ik dacht het niet? Of het kunst was? Ik dacht het wel? Sommigen van de kunstenaars – ja, ik gebruik het woord kunstenaar ! – zijn reeds tien jaar aan het werk. Volgen cursussen – ja ze bestaan – om zich steeds meer te verfijnen in hun passie. Ze hopen iets te bereiken, aanvaard te worden als kunstenaar. Het lijkt wel alsof men tevredener is met een simpele lijn op een wit blad papier dan met een scherpe, geweldige, moorddadige tekening gemaakt met spuitbussen op een doek of muur (legaal).

De negatieve bijklank van graffiti legt ons – graffitikunstenaars – geen windeieren. Helemaal niet. In uw ogen is het niet meer dan een wirwar van lelijke, ethisch onverantwoorde en vandalistische tekeningen en teksten. Wel, ik kan u vertellen dat er meer is dan dat. Wat echter het probleem vormt is dat u – ja u – slachtoffer bent van de maatschappij. De maatschappij die graffiti veroordeelt tot vandalisme zonder eerst te kijken naar de achterliggende betekenis. Ik geef toe. Op muren en treinen, in parken en straten kan het het doodnormale beeld verstoren. Op andere mensen hun bezittingen tags zetten en uitroepen? Dít is vandalisme. Muren nutteloos volkladderen? Dít is vandalisme! Maar dagenlang op voorhand ontwerpen maken om ze nadien op een geoorloofde plaats te spuiten. Is dat ook vandalisme? Wordt daarmee iemand tekort gedaan? Heeft daar ook iemand last van? Ik dacht het niet… Én toch kreeg het werk in Kunstgalerij V in Brussel scheve blikken en werd het door slechts weinigen goed bevonden en tot ‘Kunst’ gerekend. Van een bevreemdende en beangstigende kortzichtige veralgemening gesproken…

Advertenties