Baby don’t worry, I will always sing this song – by Aïda G

door harohnny

De trillende telefoon op de vloer doet me ontwaken. Niet veel later doet ook A-PUNK zijn intrede. Fijn. Ik sliep. Onvoltooid (hurray) verleden (damn) tijd (nooit goed). Twee – Één. Hard. In het duister tastend naar mijn GSM ontdek ik dat ik niet in een bed maar in een zetel lig. Een designerbank. Een zwarte. Zo eentje van Italiaanse makelij. Hij ruikt naar vers leder. Heerlijk. Ietwat wansmakelijk op een late zaterdagvoormiddag.

De beller lijkt mij dringend nodig te hebben en onderneemt een tweede en derde poging. Helaas. Het schemerlicht, mijn selectieve blindheid en (on)selectieve doofheid bieden mij geen opportuniteit op zoek te gaan naar het elektronische toestel. Het geluid dat anders zeemzoet de heldere geest weet te verkwikken klinkt nu als een schel en vuil piepend geluid, neigend naar een bekend deuntje dat verkracht werd door één of ander zangeresje dat een tweetal weken geleden op TV verscheen tijdens een talentenjacht. Wauwie. Impressive. Ik herinner me op dit uur van de dag, na een dubbelconcert van The Arquettes en Broken Glass Heroes, een uurtje of twee, misschien wel drie in een loungebar waar toch wat wijn vloeide en een nacht op een (Italiaanse) designerbank nog wat ik twee weken geleden op TV zag. Glashelder.

Het kraken van de trap. Scary. Een schim beweegt zich door de ruimte. Trekt het deken wat meer over me heen en lijkt zich naar de keuken te bewegen. Houdt een moment halt. Maakt een kwart draai. Zet het raam in de woonkamer op kier. Gerommel. Een sigaret krijgt het vuur aan de lont en er volgt een diepe inhaalbeweging. Letterlijk. Te diep. Een typische schorre rokershoest krijgt gehoor. De zonneblinden worden weggeschoven en de schim krijgt meer en meer vorm. Minder schetserig, strakke contouren. Hoewel strak? De vermoeidheid lijkt nog niet volledig te zijn overgewaaid/voorbij gerookt. Koffie? – Mhm. – Ja? – Mhm. – Ja dus.

Mijn GSM begint te vibreren. Opnieuw gevolgd door de strakke gitaren van Vampire Weekend. J sleept zich naar de andere kant van de kamer, naast de bank waarop ik me bevind houdt hij halt. Sigaret nog in de mondhoek en het haar in elektrostatische toestand. J raapt het met schilderstape aan elkaar hangend toestel op en kijkt er naar. “’t Is uw pa.” De steeds meer contour krijgende schim gooit het tuig in een boogje naar mijn hoofd. Pets. Mooi gemikt. De machinerie komt recht op mijn oor terecht. Kraakbeen verbreekt de verbinding. De walm van rook blijft hangen nabij mijn hoofd.

Advertenties